Ik voel weer dezelfde gedrevenheid als tien jaar geleden

Ik voel weer de gedrevenheid van tien jaar geleden. En die gedrevenheid voel ik eigenlijk al zo’n twee jaar. Sinds de grote ontdekking van de ergernissen. En het wordt me steeds duidelijker dat die ontdekking echt helpt. Natuurlijk, ik zeg niet dat ik nooit meer een manie ga krijgen, ik zou niet durven. Maar ik durf wel te zeggen dat de kans daarop nu een stuk kleiner is. Nu ik echt weet waar ik op moet letten. Voeg daarbij mijn grote geluk dat ik snel en goed op een extra dosis medicijnen reageer, mocht dat nodig zijn. En het misschien nog wel grotere geluk dat ik nooit zo ver in de greep ben gekomen van een manie dat ik dacht dat ik de medicijnen überhaupt niet meer nodig had. Ik lees en hoor dat dat wel een probleem is. Ik ben blij dat dat voor mij niet geldt.

Nu de eerste reacties op de tweede versie van mijn boek positief zijn, begin ik toch langzaam verder te denken. Nog niet zo lang geleden begon het me te dagen dat ergernissen misschien niet alleen voor manieën een katalysator kunnen zijn. Hoe vaak doe je niet iets omdat je aan iets of iemand ergert? En dan bestaat de kans dat je iets in gang zet dat escaleert, waar je misschien spijt van krijgt. Terwijl de reactie waarmee het begon, totaal achterwege had kunnen blijven, als je je had gerealiseerd dat je uit ergernis reageerde. En dat er andere, betere manieren zijn om met een ergernis om te gaan.

Die conclusie trok ik dus. Dat er in z’n algemeenheid een hoop ellende voortkomt uit ergernissen. En dat was min of meer ook de conclusie van mijn webhost toen hij me een factuur stuurde en we aan de praat raakten over hoe het met ons ging.

Op dat punt van ergernissen hoop ik dat mijn boek kan helpen. In eerste instantie misschien vooral mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving, maar ik denk dus dat ik het breder kan en wil trekken. Waar ik op dit moment echter vooral dankbaar voor ben, is voor het gevoel dat ik met mijn ervaringen weer mensen kan helpen, noem ze lotgenoten, als je wilt. Precies het gevoel dat ik tien jaar geleden ook had bij Reëlle. Alleen moet ik er nu wat meer zelf aan trekken en heb ik er nog een baan langs. Gelukkig heb ik wel vrienden die me steunen, dus al gaat het even duren, het gaat lukken.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De eerste reacties zijn positief

Vorige week had ik van een proeflezer al een aantal positieve eerste indrukken te horen gekregen over mijn boek en vandaag had iemand het al helemaal gelezen. En hij was erg positief. Daar ben ik heel blij mee want hoewel ik zelf een veel beter gevoel had bij versie 2.0 van het boek dan van de eerste en ik het dit keer zonder bedenkingen uit handen durfde te geven, is het toch wel prettig om dat goede gevoel ook extern bevestigd te krijgen.

En hij gaf me ook nog een tip voor een potentiële doelgroep van het boek. Ik begin zo langzamerhand echt te geloven dat dit boek meer kan zijn dan mijn memoires over een belangrijk deel van mijn leven dat niet helemaal zo gelopen is als ik wilde, maar waarvan ik wel leerde. Die lessen heb ik verwerkt in het boek. Omdat ik graag schrijf en leer en schrijven voor mij een vorm van leren is. Dat telt dus dubbel.

Van mijn weekje @NBuitenbeentjes leerde ik dat ik het verhaal ook op een andere manier kan vertellen. Dat ik dat ook prettig vond. Dat ik het verhaal belangrijker vind dan de vorm waarin ik het vertel. Ik heb rond mijn bipolaire stoornis ook voldoende mee gemaakt om me te realiseren dat er nog heel wat onbegrip is. En daar wil ik graag wat tegen doen. Door mijn verhaal te vertellen. Door duidelijk te maken dat ogenschijnlijk onschuldige dingen onder invloed van een manie helemaal niet zo onschuldig meer zijn. Natuurlijk bedoel ik dat niet beschuldigend. Maar als je beseft dat iets veel zwaarder opgevat kan worden dan je het bedoelt, heb je in ieder geval de mogelijkheid nog eens te denken of je boodschap wel zo handig is en of deze bij de ander landt zoals je het bedoeld hebt.

Als er meer begrip zou zijn, zou dat helpen. Misschien kan mijn boek daar een steentje aan bijdragen. En wat voor steentjes dat dan gaan worden, vertel ik ongetwijfeld hier op dit blog.

Voorlopig geniet ik echter nog een beetje na en wacht ik met een gerust hart meer reacties af. En ik verwerk langzaam de ‘wat als ik dit eerder had geweten?’ vraag die mijn boek oproept. Dat ik misschien wel minder vaak manisch had hoeven worden als … enz. Die vraag kan ik niet beantwoorden maar ik gun niemand (de gevolgen van) een bipolaire stoornis. Dat dat een drijfveer was voor het boek moge duidelijk zijn, maar dat heb ik vast al eens een keer geschreven.

~~~

Afbeelding van Jill Wellington via Pixabay

Lezen en schrijven

Of je met mij kunt lezen en schrijven kan ik natuurlijk zelf moeilijk beoordelen. Je kunt in ieder geval lezen wat ik schrijf en je kunt ook nog eens wat terugschrijven. Maar dat laat ik natuurlijk helemaal aan jou over 😉 Wat ik bedoel met de kop van deze post is dat lezen en schrijven de twee hobby’s zijn waarvan ik het meeste geniet. En wandelen telt natuurlijk ook mee, maar dat staat qua plezier dat ik eraan beleef toch net iets onder lezen en schrijven.

Het wandelen wil ik er wel gewoon in houden, daar vind ik het te leuk voor en het is bovendien nog goed voor mijn gezondheid ook. Terug naar lezen en schrijven. Met het lezen gaat het sinds begin dit jaar eindelijk zo goed als ik me haast ieder jaar voorneem. Ik wil eigenlijk elke dag lezen, dat wil zeggen: een boek op papier of als e-book. En dat lukt nu eindelijk.

Maar misschien vind ik schrijven nog wel leuker dan lezen. Fictie vind ik prachtig om te lezen, als schrijver heb ik het idee dat ik er niet goed in ben. Ik ben liever bezig met non-fictie en dan het liefste non-fictie waarmee ik het idee heb dat ik anderen kan helpen. Het boek over mijn bipolaire stoornis scoort voor mijn gevoel hoog op dat vlak.

Het is ook niet alleen het schrijven dat ik leuk vind. Het is het hele proces eromheen. Het bedenken wat ik wil schrijven, het schrijven zelf en het herschrijven van wat ik geschreven heb. En de discussies die dat oplevert met proeflezers, voor mijn boek maar zeker ook voor mijn vertalingen. Ik kan er echt van genieten omdat het einddoel steeds helder is: een zo goed mogelijk boek voor uiteindelijke lezers.

Mijn vertaalhobby valt dus ook onder lezen en schrijven. Vanmiddag ben ik dan eindelijk serieus begonnen met het lezen van de vertaling van de volgende Gimlet. Mijn collega Roger heeft het dit keer helemaal vertaald omdat hij dit jaar minder lesgaf en omdat hij enthousiast werd toen ik hem over mijn boek vertelde en me daarvoor de ruimte wilde geven.

Het leest heerlijk weg, die nieuwe Gimlet. Hier en daar heb ik nog wel wat opmerkingen die het hopelijk nog beter maken. Ik probeer het rond Hemelvaart af te ronden.

Nu kan ik nog een heel verhaal gaan vertellen maar het komt erop neer dat ik vaker wil schrijven. Misschien wel hier. Iedere dag. Ik ga het gewoon proberen en dan zie ik wel waar het schip niet strandt.

En vanavond herlees ik nog een keer een artikel dat ik voor Biggles News Magzine schreef en dat het begin van een serie moet worden.

~~~

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

Mijn boek versie 2 is naar de proeflezers

Afgelopen donderdag is mijn boek dan eindelijk naar de proeflezers gegaan. Ik ben benieuwd wat ze er van vinden. Maar ik hoop niet dat deze versie door de proeflezers weer zo op de schop moet als versie 1. Van die van versie is alleen 1 korter hoofdstuk blijven staan, nog wel ingekort en deels herschreven ook. De rest van het boek is compleet nieuw.

Bij die eerste versie had ik zelf al de nodige twijfels, maar ja: ik had er al zo veel werk aan gehad en tijd ingestopt. Dus ik hoopte dat het meeviel en stuurde het naar mijn proeflezers. Nou, al na twee reacties bleek dat ik gelijk had gehad met mijn voorgevoelens. Er zaten toch wel ernstige gebreken aan de tekst. De rest van de proeflezers maar afbesteld en vervolgens heb ik een tijd na moeten denken, hoewel ik al van meet af aan wist dat ik het opnieuw zou doen. Maar hoe? Dat was even de grote vraag waar ik een aantal maanden over heb nagedacht.

Uiteindelijk besloot ik maar van voren af aan opnieuw te beginnen. Ik heb nogmaals gekeken wat ik echt wilde zeggen en ben vervolgens in een leeg document opnieuw begonnen. Dat was de beste optie, leek mij. Een van de problemen die de snelle proeflezers hadden aangekaart, was dat de stijl niet lekker liep. Ik sprak de lezer veel te vaak aan. Dat was me in de laatste correctieronde zelf ook opgevallen en past helemaal niet bij mij. Maar het zat door de hele tekst heen, zodanig dat opnieuw schrijven mij uiteindelijk beter leek te werken dan herschrijven.

En ik heb het dus opnieuw geschreven. De stijl lijkt nu meer op die van dit blog en voelt voor mij veel prettiger aan. Het is van mij en wie ik ben is duidelijk, want dat was de vorige ronde ronde door al die aansprekingen ook al niet zo duidelijk. Terwijl dat voor het boek dat ik geschreven heb, juist wel duidelijk moet zijn. Verder zat er van iets te weinig in. Dat hoop ik nu rechtgezet te hebben en ik denk dat het boek daar sterker van is geworden.

Over deze tweede versie ben ik wel tevreden. Natuurlijk: er blijven details over. Zo schoot me gisteren tijdens het wandelen te binnen dat ik vergeten was te controleren of iets nou in april of mei gebeurde. Dat ga ik nog opzoeken maar heeft voor de grote lijn van het verhaal geen consequenties.

Er zijn ook wat grotere vragen, maar die parkeer ik voor in de spreekkamer bij mijn behandelaar. Dat duurt nog een maand, maar ondertussen kan ik genieten van de mijlpaal dat ik mijn boek versie 2.0 toch maar mooi naar proeflezers heb gestuurd. En natuurlijk kijk ik uit naar hun commentaar op het boek. Het eerste deelcommentaar is al binnengekomen tussen het typen en nalezen van deze post 😉

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Een week @NBuitenbeentjes

Vanaf maandag 18 april (Tweede Paasdag) tot en met zondag 24 april mocht ik een week twitteren op het wissel account NL_Buitenbeentjes. Dat is natuurlijk een hele eer maar ik vond het als niet frequent Twitteraar ook spannend omdat mijn voorgangers op het account veel vaker iets postten dan ik op mijn persoonlijke account gewend ben. Maar gelukkig mocht ik het van het van Emma, die het account bedacht als tegenhanger van bijvoorbeeld NL_Leraar, NL_Zorg, of NL_Wetenschap, helemaal zelf inrichten. Weinig twitteren mocht ook, net als tussentijds afhaken.

Eigenlijk had ik in mijn systeem dat ik deze week pas aan de beurt was maar toen vroeg Emma zaterdag de 16e al of ik er klaar voor was. Ja, dus. Ik had een verhaal bedacht dat ik wilde vertellen want ik had het idee dat ik Twitter ook als een soort blog in kon zetten. 280 tekens plus 280 tekens enz is een draadje en het lijkt wel een beetje op bloggen als ik het zo doe, had ik bedacht. Over bloggen gesproken, ik kon natuurlijk een heel aantal blogposts delen die mijn verhaal ondersteunden. Dus dat leek me ook wel wat. Over mijn handschrift bijvoorbeeld. Ik had bierviltjes in de aanbieding en ik had sowieso een heel verhaal in de vorm van het boek waaraan ik de laatste hand leg. Daar kon ik natuurlijk ook uit putten, hoewel nergens letterlijk want de tweets waren allemaal vers. Verder vond ik het belangrijk dat ik snel kon reageren op reacties, als dat nodig was. Vandaar dat ik na werktijd live twitterde. Gelukkig heb ik nergens snel op hoeven te reageren.

De reacties waren namelijk unaniem positief. En ik heb het verhaal kunnen vertellen dat ik wilde vertellen. Over mijn lichamelijke handicap, mijn slechtere gehoor, mijn bipolaire stoornis en hoe die dingen (samen) mij af en toe tot een buitenbeentje maakten. Gelukkig heb ik er niet al te veel last van gehad en besef ik door deze week dat Twitter kan helpen bij het leggen van contacten waar dat bijvoorbeeld op verjaardagen of bijeenkomsten vanwege mijn slechthorendheid lastig kan zijn. Dat wist ik natuurlijk al, maar Twitter was ooit op “don’t'” lijst terechtgekomen in verband met mijn bipolaire stoornis. Ik ben er daardoor altijd voorzichtig mee geweest maar de laatste tijd krijg ik steeds meer het gevoel dat ik Twitter en andere sociale media onterecht in het verdomhoekje heb geplaatst. Ook dat is winst van deze mooie week.

Het was een prachtige week, ook door jullie vele soms hartverwarmende reacties.

Tien jaar bloggen: een terugblik

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat ik mijn eerste blogpost publiceerde: op 6 april 2012 verscheen op het bedrijfsblog van mijn toenmalige werkgever Reëlle Meer dan een handicap. Omdat de post daar inmiddels niet meer te vinden is, heb ik hem hier op mijn eigen blog gezet.

Tien jaar geleden had ik totaal geen vermoeden hoeveel invloed bloggen op mijn leven zou krijgen, hoeveel vrienden ik erdoor zou krijgen, hoe vaak bloggen en (reacties van) medebloggers en andere lezers mij weer deden opkrabbelen als ik het even moeilijk had. En dat was nogal eens want het zijn tien veelbewogen jaren geweest. Vandaar ter gelegenheid van dit jubileum een korte terugblik.

Een te optimistische start

In mijn zojuist aangehaalde eerste post was ik nog erg optimistisch. Helaas zou nog geen drie maanden na publicatie blijken dat ik me vergist had in dat verhaal. Ondanks dat ik dacht dat ik alles onder controle had, kreeg ik toch weer een manie. En een heftige, die alles waarin ik toen geloofde op z’n kop zette. Zelfs bloggen werd me door mijn behandelaar tijdelijk ontraden en daar luisterde ik naar.

Ik kreeg mooie reacties op dat eerste blog en een maand later ontmoette op een bijeenkomst van de NVVS (inmiddels Stichting Hoormij) een enthousiaste blogger. Ik bekeek na afloop zijn blog, vond het meer dan mooi en was ook geraakt door de reacties. Dit was een community. En laat ik daar nou gek op gek op zijn. Toch stelde ik het onvermijdelijke nog uit tot 2 juni 2012. Toen publiceerde ik mijn eerste blog op dit domein.

Ik had amper een paar keer geblogd of ik werd ziek: een manie dus, de zoveelste. Maar ik had inmiddels #blogpraat ontdekt en dat er op 3 augustus 2012 een meetup zou zijn. Ik gaf bij mijn behandelaar aan dat ik daar hoe dan ook naartoe wilde. Het mocht van hem, want ik was goed opgeknapt, en ik ging. Heerlijke avond was dat. Veel bloggers en hun blogs leren kennen.

Ik dacht dat ik er weer bovenop was maar dat duurde nog even

Ik had toen alleen nog geen idee dat de echte klap nog moest komen en dat het tot ongeveer eind 2013 zou duren voor ik me weer een beetje mens voelde. Toevallig was dat ongeveer de tijd dat er met veel hulp en moeite een nieuwe vertaling verscheen en dat ik columnist werd voor Onzichtbaar Ziek. Daar ben ik in totaal twee jaar met veel plezier columnist geweest.

Ook hier bleef ik schrijven. Over mijn handicap, mijn bipolaire stoornis, mijn slechtere gehoor, maar ook over boeken, lezen, leren en gewoontes. Mijn blog was en is (hoop ik) in meerdere betekenissen Met zonder beperking.

Soms had ik een onderbreking – een blogpauze – maar vroeg of laat kwam ik altijd terug en schreef ik hier op dit blog over wat mij bezig hield, wat ik meemaakte en wat ik leerde. Leerde van het leven en van bloggers en het bloggen zelf. Want soms werd iets me pas echt duidelijk door erover te bloggen, of doordat er een kwartje viel doordat ik ergens dankzij mijn blog veel over had nagedacht. En misschien zorgt mijn bloggen er sowieso wel voor dat ik soms wat langer over bepaalde dingen nadenk. Dat nadenken heeft geholpen en zorgde twee jaar geleden voor een ommekeer in mijn gezondheidssituatie.

Hoe dan ook: ik had het niet willen missen en hoop nog jaren door te gaan. Misschien schrijf ik morgen wel over mijn toekomstplannen.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Signaleringsplan: is een signaal oorzaak of gevolg?

Gisteren en 30 maart schreef ik uit enthousiasme bijna twee keer dezelfde blogpost. Het viel me pas op toen ik op ‘Publiceren’ had geklikt. Vergelijk zelf maar. Ik laat beide posts staan want in de post van gisteren zit voor mij een belangrijke aanvulling op die van vorige week. Ik maak iets explicieter. Iets wat ik eerder had moeten weten. Dat ik het niet wist, zorgde namelijk voor een hoop ellende want ik liep daardoor steeds achter de feiten aan. Feiten die bovendien al met me aan de haal waren gegaan waardoor de situatie ombuigen voor mij of voor mensen in mijn omgeving erg moeilijk was.

Het heeft te maken met mijn bipolaire stoornis. Het gaat om een weeffout in mijn signaleringsplan dat ik al jaren gebruik. Althans, ik beschouw het als een weeffout. En uiteraard heb ik die inmiddels hersteld. Ik heb jarenlang een uitgebreid signaleringsplan gehad. Met vier stadia: het gaat goed, het gaat iets minder, het gaat slecht en psychotische crisis. En per onderdeel had ik dan liefst een volle pagina met allerlei signalen waarop ik moest letten. Dat waren vooral dingen die ik deed en veel minder over hoe ik me daarbij voelde. Ik lette dan ook vooral op dingen die ik deed. Maar de denkfout die ik maakte was dat ik dacht dat die dingen die ik deed mijn manie veroorzaakten. Vandaar dat ik bijvoorbeeld weinig twitterde.

Inmiddels hoop ik een stuk wijzer te zijn en is me duidelijk geworden dat die dingen die ik deed en waarvan ik dacht dat die mijn manie veroorzaakten zelf een gevolg waren van de manie. In mijn hoofd had ik oorzaak en gevolg omgedraaid. Niet wat ik deed veroorzaakte de manie maar wat ik voelde. Omdat ik iets voelde wat ik niet prettig vond, stapte ik als het ware in de trein richting manie en deed ik inderdaad dingen die in het signaleringsplan stonden. Maar dat was een gevolg van, nooit de oorzaak waar ik het jaren voor heb versleten. En omdat een gevolg na de oorzaak komt, was ik dus vaak te laat.

En zelfs al herkende ik een signaal dan zag het er in mijn beleving vaak net als anders uit dan eerder en wimpelde ik het af. Nu realiseer ik me dat dat kwam doordat ik in het verleden bij het signaleren dus al verder in de richting van mijn manie was dan ik zelf in de gaten had. En dus stuurde mijn manie mijn denken al veel meer dan ik dacht.

Gelukkig realiseer ik me nu dat ik veel moet letten op de gevoelens die leiden tot het doen van dingen uit mijn signaleringsplan. Dan vang ik zowel oorzaak – het gevoel – als het gevolg – wat ik doe. Dat is bij mij tamelijk onschuldig zoals veel buitenlandse tijdschriften kopen. Maar het had evengoed drankgebruik kunnen zijn. En dan is vroeg signaleren en ook letten op voorafgaande gevoelens erg belangrijk. Ik ben blij dat ik dat nu doe want daardoor ben ik er eerder bij en dat maakt dat al twee jaar goed gaat en daar ben ik ontzettend blij mee.

~~~

Afbeelding van SparrowsHome via Pixabay

Ik durf eindelijk op Twitter

Al jaren heb ik een Twitteraccount maar ik deed er nauwelijks iets mee. Ik beperkte me tot #blogpraat want dat voelde veilig. En ik postte de link naar mijn nieuwste blog. Dat was het eigenlijk wel. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik introvert ben maar ik kan er eigenlijk niet omheen dat mijn bipolaire stoornis ook een belangrijke rol speelde. In 2012 had ik namelijk een flinke manie die me helaas mijn baan kostte. Toen ik dankzij het ophogen van mijn medicijnen weer opgeknapt was, ging ik met mijn behandelaar analyseren.

En wat opviel: in de aanloop naar mijn manie had ik mijn blog opgestart en had ik veelvuldig contact met anderen via Twitter. Klopte als een bus, ik kon er niks tegen inbrengen. Ik kreeg het advies een tijdje te stoppen met bloggen en het twitteren te minderen. Beide heb ik gedaan. Bloggen miste ik na een half jaar zo erg dat ik toch weer begon, maar Twitter werd nooit echt wat behalve dat wat ik net al noemde. Ik had een verband gelegd tussen mijn manie en Twitter. En die connectie bleef lang hangen in mijn hoofd, hangt daar nu eigenlijk nog (een beetje).

Maar klopte dat verband eigenlijk wel?

Het was mijn behandelaar opgevallen dat ik meer twitterde en blogde dan eerder. Als ik daar nu over nadenk, zie ik echt wel in dat dat nergens op sloeg. Mijn blog was net nieuw en op mijn Twitteraccount zat ook nog geen stof. Ik ging het namelijk pas net gebruiken. Maar: het is een communicatiemiddel en ik gebruikte het inderdaad om mijn gelijk te halen en ik legde meer contacten. Maar ja, daar is het Twitter voor, ik zie de lol van in mijn eentje Twitteren niet in. Juist het vinden van gelijkgestemden maakt het zo leuk. Maar ik deed het nauwelijks meer na die manie. En zo ging de tijd voorbij zonder dat Twitter en ik echt vrienden werden, hoewel ik goede herinneringen bewaar aan #blogpraat en de #blogpraat meetups. Dat durfde en deed ik dan weer wel.

Er is een probleem met het verband

Twitteren zou een manie kunnen opwekken. Dat was de gedachte. Doordat mijn kijk op mijn manie radicaal veranderde, veranderde langzaam ook mijn kijk op Twitter en mijn manie. Er waren al die jaren best een hoop dingen waarop ik moest letten. En dat waren dan dingen die ik deed. Maar nu was ik tot de ontdekking gekomen dat wat ik deed voorafgegaan was door iets wat ik voelde. En dat gevoel was veel belangrijker, want dat gevoel ging vooraf aan wat ik deed.

Simpel gezegd: voel ik me boos of geërgerd en ga ik dan twitteren, dan kan het gevaarlijk zijn. Dan bestaat immers het risico dat ik ten koste van anderen mijn gelijk wil halen. Maar geldt dat eigenlijk niet voor iedereen dat het in die situatie niet handig is om te twitteren? Helaas heb ik het voor mezelf vaak genoeg mee gemaakt dat het vanuit dat gevoel scaleert. Dus ben ik hier alert op. Niet alleen op twitter, trouwens.

Maar als ik gewoon vrolijk ben en me opgewekt voel en ik wil dan twitteren om mijn gelijkgestemden te buurten? Prima toch?

Het gaat dus om het onderliggende gevoel. Dat maakt mijn signaleringsplan een stuk korter en eenvoudiger. En,veel belangrijker, het heeft even geduurd, maar de deur naar Twitter staat eindelijk open.

~~~

Afbeelding van raphaelsilva via Pixabay

Boek bijna af: spannende tijden op komst

Misschien ga ik voorlopig wel minder bloggen. Ik weet het nog niet zeker maar ik wil nu eindelijk eens mijn boek afronden en naar meer proeflezers sturen. Ik ben van plan er dit weekend nog een keer intensief naar te kijken en het dan wat mij betreft voorlopig als afgerond te beschouwen. Zodat ik begin volgende week mijn proeflezers kan inschakelen. Nou ja, inschakelen, dat klinkt ondankbaar en dat ben ik natuurlijk niet. Ik ben hen juist dankbaar dat ze zo in mijn droom geloven dat ze hun nek uit willen steken om mij te helpen.

En misschien is mijn droom wel groter dan één boek. Als mijn proeflezers net zo enthousiast zijn als ik hoop, dan moet ik misschien eens gaan oefenen op een liftpraatje. Maar laat ik niet al te zeer op de zaken vooruitlopen. Eerst dit weekend het manuscript grondig doornemen, hardop voorlezen en fouten eruit halen. De eerste proeflezer van de tweede versie waren vooral vergeten woorden opgevallen. Dat is iets waar ik al rekening mee had gehouden en ik heb ook een print van mijn manuscript gemaakt om dit en mogelijke euvels die in mijn ervaring vooral op papier opvallen, te verhelpen.

Ik heb er wat betreft alle vertrouwen in. Daarna begin volgende week het manuscript naar mijn proeflezers sturen. Informeren of ze het nog willen lezen, omdat het toch allemaal wat langer heeft geduurd dan voorzien. Maar daar verwacht ik eigenlijk geen problemen. En dan komt de echte test: wat vinden mijn proeflezers? Is het geworden wat ik hoopte? Zouden anderen er iets aan kunnen hebben? Ben ik niks vergeten? (Al maak ik me daar minder druk om want ik heb slechts mijn ervaring opgeschreven en dan heb ik misschien geen ervaring met bepaalde dingen, maar dan kán ik die ook niet beschrijven. Ik denk dat ik een aardig compleet beeld heb geschetst.) Fouten zullen er ook niet echt in staan, maar het is handig als het nergens te zeer tegen de richtlijnen van de ggz ingaat. Een beetje afwijken mag. Daarom ben ik blij dat mijn huidige behandelaar en twee oud behandelaars proeflezer willen zijn. En ik heb er nog meer.

Dat beloven spannende tijden te worden. Tijd die ik kan gebruiken om te blijven bloggen (maar de komende week dus misschien iets minder, afhankelijk van de vraag of ik die dag op schema lig of niet), om de Biggles site weer helemaal up to date te brengen en te werken aan de vertaling van Gimlet goes again waar mijn collega Roger al heel wat werk voor heeft verricht zodat een publicatie in het najaar haalbaar moet zijn.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Het boekenvak toen en nu

Voor mijn eigen boek in wording over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis en voor Biggles en zijn vrienden lees ik nu Publiceer jezelf! Maak je zichtbaar van Nanda Roep. Interessant leesvoer dat zeker nieuwe ideeën oplevert, maar het is ook een reis terug in de tijd. Toen ik in Tilburg studeerde was er bij de faculteit Letteren (later Cultuurwetenschappen) een sectie Marketing en sociologie van het boek. Die stond onder leiding van de helaas veel te vroeg overleden Hugo Verdaasdonk. In de jaren zeventig had hij de marketing van boeken naar de Letterenfaculteiten gebracht omdat hij vond dat het analyseren en interpreteren van boeken geen wetenschap was. Er moesten feiten zijn. Die kwamen er maar dat ging niet helemaal zonder slag of stoot en om die reden noemde Marita Mathijsen Verdaasdonk ‘het paard van Troje’ dat de Amsterdamse letterkunde binnengehaald werd.

In mijn tijd, aan het begin van de 21ste eeuw, was Verdaasdonk een stuk milder geworden. Zijn colleges gingen over de werking van het culturele veld en het boekenveld in het bijzonder. Maar wat is het veld hard veranderd in vijftien tot twintig jaar: er waren geen social media, publiceren ging alleen bij gerenommeerde uitgeverijen want over Printing on Demand, kleine oplages, zelf een ISBN aanvragen, daar hoorden wij niets over. Het bestond simpelweg niet, of de kinderschoenen waren nog zo klein dat nog niet in het studieprogramma was opgenomen, dat kan ook.

Het lezen van het boek van Roep brengt mijn kennis opgedaan tijdens mijn studie weer bij de tijd. Daarbij let ik goed op hoe schrijvers zich op sociale media presenteren. Omdat ik dat leuk en interessant vind, maar ook omdat ik er misschien wat van kan leren. Want natuurlijk wil ik dat mijn boek straks het publiek vindt dat er wat aan kan hebben: lotgenoten, naasten maar ook behandelaars. En uiteraard ga ik die groepen benaderen via lotgenotenverenigingen of ggz-instellingen. Maar laat ik het eerst maar eens afmaken en horen wat mij proeflezers ervan vinden. Ik heb geduld. En dat ik mezelf er mee heb geholpen doordat sommige dingen door het schrijven duidelijker zijn geworden, net zoals dat zo vaak gebeurt op dit blog, is natuurlijk al winst op zich.

Toch blijft anderen kunnen helpen de grote droom. Ik weet immers wat voor ellende mijn bipolaire stoornis mij heeft opgeleverd: na iedere manie maanden uit de running, een keer een baan kwijtgeraakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar: er is ook een positieve kant: misschien was ik wel nooit gaan vertalen als ik niet depressief was geworden. Ik stond er zo goed voor toen ik ziek werd, maar zakte toch. Toen ik voor het begin van het volgende schooljaar weer beter was, was ik ervan overtuigd dat ik wel zou slagen en vooral leuke dingen moest gaan doen. Dat was Biggles en al snel diende er zich een onvertaald boek aan. En de rest is geschiedenis.

~~~

Afbeelding van Birgit Böllinger via Pixabay