Afkickverschijnselen maar niet heus

Vandaag is het dus echt de eerste dag dat ik niks doe voor mijn boek. Ik moet nu echt de proeflezers afwachten voor ik nadenk over verdere plannen, zo heb ik met mezelf afgesproken. Wat duidelijk is geworden is dat ik wil dat schrijven een belangrijk onderdeel van mijn leven wordt. Maar ik mag natuurlijk wel nadenken op welk manier dat schrijven dan onderdeel van mijn leven gaat maken.

Dat nadenken gaat aan de hand van de journalistieke 5 W’s en die ene H: Wie, Wat, Waarom, Wanneer en Waar en Hoe. Maar daar ga ik nu dus inhoudelijk niks over zeggen.

De grote vraag is ook of ik voldoende stof kan blijven bedenken om elke dag over te bloggen. Bij eerdere pogingen was de inspiratie na drie weken wel zo’n beetje op en dat is net het punt waarop ik nu zit. Ik heb nog wel wat onderwerpen liggen maar ik maak het me even moeilijk door minder over mijn boek te bloggen. Waarschijnlijk ga ik dat niet volhouden, zeker niet omdat ik in Marcel van Driels Waanzinnige Plannen! En hoe ze te realiseren juist las dat je altijd over je plan moet praten. Wat hij zelf tot in ieder geval mijn genoegen goed in de praktijk brengt door het op Twitter regelmatig te hebben over deel 1 van zijn nieuwe serie Game Helden (twitterdraadje) dat hij maakte met illustrator Paco Vink. Het verveelt mij alvast niet, dus misschien moet ik daar maar een voorbeeld aan nemen. Iets met daken en schreeuwen, tenminste ik ben bang dat het voor mij zo zou aanvoelen, als ik het deed.

Dus zou ik er niet van staan te kijken als ik het zeer binnenkort toch weer over mijn boek ga hebben, maar niet vandaag. Vandaag wil ik het hebben over gewoontes. Aanleren gaat me een stuk makkelijker af dan afleren. Terwijl het in principe precies hetzelfde is. In de mails van James Clear nog niks gelezen over het afleren van gewoontes maar volgens Charles Duhigg is The power of habit gaat het om drie dingen: aansporing, routine en beloning. Bij het afleren verandert de aansporing niet en moet je een nieuwe routine vinden die dezelfde beloning geeft als de oude routine. Het zal duidelijk zijn dat de routine het gedrag is dat je wilt afleren.

In theorie klink het eenvoudig maar de praktijk is weerbarstiger. Vandaar dat ik het hier op mijn blog aanhaal. Dat helpt misschien.

~~~

Afbeelding van Cheska Poon via Pixabay

Achtergrond bij mijn boek: waarom het moeilijk schrijven was

Vandaag heb ik de tweede versie van mijn boek over hoe ik met mijn bipolaire stoornis omga daadwerkelijk aan mijn eerste proeflezer gegeven. Spannend. Dat was het voor de eerste versie totaal niet. Die versie was afstandelijk en vertelde nergens mijn persoonlijke verhaal. Dat wilde ik juist niet vertellen. Mijn proeflezers wisten me echter ervan te overtuigen dat het boek als persoonlijk verhaal beter zou worden omdat het daarmee geloofwaardiger werd.

Voor dat overtuigen hoefden ze weinig moeite te doen want ik zag het nut van een persoonlijk verhaal al snel in. Maar het duurde vervolgens toch nog een half jaar voor ik echt aan het schrijven ging. Ik heb echt getwijfeld wat ik ermee zou doen. Wel of niet schrijven? Zelfs toen ik uiteindelijk toch bezig was, bekroop de twijfel me opnieuw. Het was echt lastig, maar toch denk ik dat ik er goed aan heb gedaan. Ik heb geschreven wat ik moest schrijven en hoewel er oud zeer boven kwam drijven heb ik nu het gevoel dat ik dat verwerkt heb. Juist omdat ik het zo opgeschreven hoop te hebben dat lezers het niet alleen kan lezen als gedeelde smart – want ik denk dat veel mensen met een bipolaire stoornis zo’n verhaal als dat van mij hebben – maar ook dingen uit het boek op kunnen pikken waarmee ze zulke ellende voor zichzelf kunnen voorkomen.

En dat voorkomen van ellende is het doel van dat boek. Voor mezelf hoop ik dat het schrijven van het boek ervoor heeft gezorgd dat ik datgene wat ik in twintig plus jaar van mijn stoornis heb gelezen, nog wat scherper voor ogen kan houden, waarmee hopelijk de kans op terugval nog kleiner is geworden.

Misschien wordt het boek ook een document om aan vrienden en familie te geven. Ik weet dat ze best belangstelling hebben voor mijn worsteling met mijn bipolaire stoornis en hoe ik daarmee omga, maar het is geen onderwerp waar je zomaar even over begint als er bezoek is of op een verjaardag. En nu gaat dat al bijna twee jaar ook nog eens amper door vanwege corona. Daar zou het boek uitkomst kunnen bieden.

En wie weet waar het boek nog meer toe kan leiden. Ook daar heb ik ideeën bij, maar ik denk dat het handig is om eerst de proeflezers af te wachten voor ik daar op deze plek verder op in ga.

~~~

Afbeelding van Ulrike Mai via Pixabay

En mijn boek gaat naar proeflezers

Het duurde toch nog wat langer dan voorzien maar vanmiddag en vanavond heb ik dan mijn boek over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis voor het laatst doorgenomen voor ik het morgen aan de eerste proeflezer geef. Ik denk dat ik het probleem dat ik van de week tegenkwam heb opgelost dus ik ben nu heel benieuwd wat mijn proeflezers ervan vinden.

Het heeft wat mij betreft op voorhand al aan een belangrijk doel voldaan dat ik mij stelde voor ik in november 2020 begon en ik afgelopen november opnieuw begon: ik heb er weer dingen van bijgeleerd. Over mijn bipolaire stoornis en hoe ik daarmee omga maar ook over het schrijfproces zelf. Bepaalde valkuilen waarin ik trap als ik langere teksten schrijf en hoe ik ze op kan lossen. En natuurlijk om te niet te vergeten: dat ik het schrijven zelf zo ontzettend leuk vind dat ik vaker wil schrijven. Hier is dat al te zien maar ik heb al een vaag idee over hoe ik van mijn boek een serie kan maken.

Maar dat is voor nu toekomstmuziek. Ik ga er binnenkort wel een keer voor zitten om het voor mezelf in ieder geval vastgelegd te hebben nu ik toch moet wachten op de proeflezers, maar voor ik daadwerkelijk aan die serie begin moet eerst dit boek tot een goed einde worden gebracht. Voor dat idee heb anderen nodig, dus dan moeten de proeflezers wel enigszins enthousiast zijn over dit boek. Toen ik ze benaderde met het plan voor dit boek waren ze dat in ieder geval wel dus ik hoop dat ze dat nu nog zijn.

Voorlopig ben ik tevreden met wat ik heb geschreven. Ik heb het idee dat ik het commentaar op de eerste versie goed heb verwerkt en dat het daardoor een beter boek is geworden. Ongetwijfeld gaat deze tweede versie ook weer commentaar opleveren en zorgt dat ervoor dat het boek nog beter wordt. En hopelijk is het daarna geschikt om uit te geven want hoewel ik misschien voor mezelf ben begonnen aan dit boek, hoop ik wel degelijk dat lotgenoten er ook wat aan hebben.

~~~

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

Rond de 25

Nee, rond de 25 is niet mijn leeftijd. Dat is inmiddels al heel wat jaartjes geleden. Rond de 25 is mijn score voor de Body Mass Index, oftewel BMI, ook wel Queteletindex genoemd naar de bedenker. Een gezond gewicht heb je volgens het Voedingscentrum bij een BMI tussen de 18,5 en de 25. Als scholier en student zat ik er altijd boven en toen ik in 2010 afstudeerde – 10 kilo te zwaar naar BMI maatstaven – nam ik mij voor flink af te vallen.

Gelukkig hadden we al een boek van Sonja Bakker in huis en ging het afvallen makkelijk en konden we het ook na het dieet van 9 weken goed volhouden. We bleken niet zozeer verkeerd te eten maar simpelweg te veel. Twee jaar na het dieet was ik twintig kilo afgevallen en zat ik ruim onder de 25 met mijn BMI. Helaas werd ik toen manisch en dat had tot gevolg dat ik er ik er een medicijn bij kreeg en dat de dosis van mijn bestaande medicijn opgehoogd werd. En die medicijnen stonden er om bekend dat ze voor gewichtstoename konden zorgen.

Jaren later hoorde ik van een behandelaar bij de ggz dat mijn medicijnen voor het gewicht twee dingen doen: ze remmen de stofwisseling en bevorderen de eetlust. Dat was te merken want sinds 2012 kwam ik een aantal jaren jaarlijks 2 kilo aan. Een simpel rekensommetje leert dan dat ik nu dus weer op het gewicht moet zitten van voor ik met Sonja Bakker begon.

Gelukkig is dat niet zo. Ergens in 2018 wist ik de spiraal te doorbreken. Het dagelijkse wandelen betaalde zich misschien uit. Maar helaas heb ik sindsdien nog wel getobd met mijn gezondheid en heb ik periodes gehad dat de weegschaal toch weer wat hoger uitsloeg. Dan kwam ik net boven de 25 uit.

Het voorbije jaar bleef ik schommelen rond de 25. Maar omdat ik tijdelijk iets meer medicijnen slikte, was ik daar tevreden mee. Nu ben ik sinds eind december weer aan het aanbouwen. Ik hoop dat ik dat niet merk aan toenemende drukte in mijn hoofd of aan hinderlijke ergernissen. Ik hoop het te merken aan de weegschaal en dat lijkt ook het geval te zijn nu de feestdagen voorbij zijn.

Vanmorgen zat ik weer net onder de BNM van 25. Ik wil vooral door blijven wandelen, overdag misschien iets vaker de benen strekken, op blijven letten met snoepen en dan uiteindelijk van rond 25 naar rond de 24 gaan. Daar wil ik de rest van het jaar voor uittrekken.

~~~

Afbeelding van Vidmir Raic via Pixabay

Toch dit weekend nog een keer aan de slag met mijn boek

Gisteren had ik de planning niet helemaal op orde en begon ik te laat aan het doorlezen van mijn boek over hoe ik met mijn bipolaire stoornis omga. Ik had voor ik eraan begon goede hoop dat het de laatste keer zou zijn dat ik er naar keek voordat ik het naar proeflezers stuurde. Maar gaandeweg het lezen, zag ik toch dat ik me ergens aan stoorde en ik kon het niet onmiddellijk oplossen.

Dus was ik gisteravond even teleurgesteld en omdat het sowieso al laat was besloot ik om bij te komen maar verder te lezen in De brief voor de koning van Tonke Dragt. Prachtig boek is dat, om de een of andere reden heb ik het gemist in mijn jeugd terwijl ik wel onder de indruk was van De Zevensprong. Geeft niets, nu is het alsnog genieten.

Inmiddels heb ik een nachtje geslapen over mijn schrijfprobleem en denk ik dat ik er wel uit kom. Vanavond niet, andere plannen en verplichtingen maar morgen moet het lukken. Gelukkig was ik op zich best trots op wat ik las. Ik voelde me op dat ene detail na best tevreden over het resultaat. Ik heb geschreven wat ik wilde zeggen en hoop dat op zo’n manier te hebben gedaan dat anderen er ook nog eens baat bij hebben. Want dat ik natuurlijk wel het doel van het schrijven van een boek over een bipolaire stoornis. Escapisme is niet het doel hoewel ik me voor kan stellen dat eventuele herkenbarbaarheid voor lotgenoten ergens die functie wel kan hebben. Hopelijk kan het boek aanvoelen als een hart onder de riem waar je ook nog nuttige dingen uit kunt halen.

Dat is de hoop die ik als schrijver van het boek heb. Het is bijna zover dat ik het weer uit handen kan geven. Dat doe ik met vertrouwen in het boek en in mijn proeflezers want het is mijn ervaring als vertaler (en als schrijver van de eerste versie van dit boek) dat proeflezers of je collega-vertalers altijd nog wat toevoegen aan jouw visie op het boek. Daar kijk ik dan ook naar uit.

Voor het zover is eerst dit weekend nog één keer aan de slag. Met heel veel plezier want die teleurstelling die ik gisteravond even voelde is allang weg.

~~~

Image by Arek Socha from Pixabay

Morgen nog een laatste keer lezen en dan naar proeflezers

Eerder schreef ik al dat het boek naar proeflezers kon, maar dat is nog niet gebeurd. Of beter gezegd: ik weet dat de eerste proeflezer nog niet is begonnen. Dat komt goed uit want de voorbije dagen zijn me stukje bij beetje nog een aantal dingen te binnen geschoten die ik graag wil controleren in mijn boek of juist wil aanvullen. Daarom lees ik het morgen nog een laatste keer door voor het naar proeflezers gaat. Dat doe ik waarschijnlijk in fases want ik heb vorig jaar geleerd dat soms lezers met zoiets ingrijpends komen dat ik al weet dat het helemaal ga herzien, nog afgezien van wat andere lezers ervan vinden.

Vorig jaar heb ik om die reden na het commentaar van twee lezers de andere lezers laten dat het boek hoe dan ook verbouwd zou worden en dat ze even konden stoppen met lezen als ze al waren begonnen. Vandaar dat ik dit jaar met één proeflezer begin en ik de anderen nog even wat langer laat wachten. Als die ene lezer het gelezen heeft, heb ik denk ik een goed beeld heb van wat er eventueel anders moet. Maar ik ga er vanuit dat ik morgen al tot de conclusie kom dat het zo goed is. Ik heb de opmerkingen van vorig jaar volledig verwerkt, ook omdat de helft van de opmerkingen betrekking had op iets wat ik zelf in een laat stadium ook al opgemerkt had. De andere helft had betrekking op iets wat ik in instantie niet durfde, maar na wat op en neer mailen en nadenken durfde ik het wel.

Het enige nadeel van de opmerkingen was dat ik een flink deel moest toevoegen, een deel schrappen en de rest volledig moest herschrijven. Bijna iedere zin, waarschijnlijk in ieder geval elke alinea moest opnieuw. Dus besloot nog eens goed te kijken wat er allemaal in mijn boek stond en moest blijven staan in de nieuwe versie en op grond daarvan heb ik het hele boek, bijna 20.000 woorden, opnieuw geschreven. Nou ja, bijna het hele boek. Ik heb één klein hoofdstuk uit de eerste versie in deze tweede versie opgenomen. Ik vond het onderwerp bij de eerste correcties toch van belang dus nam ik het alsnog op. Maar dat hoofdstuk ik nog deels herzien en ingekort.

Al met al is er nu een boek uitgekomen waar ik achter sta en waar ik morgen dus nog wat finishing touches aan ga aanbrengen en daarna zet mijn proeflezers aan het werk. Dat worden spannende tijden.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Het signaleringsplan: wat is het? (En wat kritische kanttekeningen van een gebruiker van zo’n plan)

Ik signaleer dat ik vandaag nog niet weet waar ik over ga bloggen. Misschien dus toch maar wat meer vertellen over het signaleringsplan. Waarom het voor mij lang niet werkte. Het staat ook allemaal uitgelegd in mijn boek in wording, maar een korte uitleg kan hier ook geen kwaad.

Het signaleringsplan stel je samen met je behandelaar op na afloop van een manische of depressieve periode. Je kijkt samen terug naar wat er gebeurde en hoe je voelde in aanloop naar de manie of de depressie. Je kijkt dan vooral naar wat er afweek van normaal. Deed je andere dingen dan normaal? Voelde je je anders? Het zijn dingen waarop je in de toekomst alert moet zijn. Ze kunnen namelijk weleens een signaal van een manie zijn.

Al die signalen verzamel je en schrijf je op. Je categoriseert ze, bijvoorbeeld in ‘Het gaat goed met me’, ‘het gaat iets minder met me’, ‘het gaat slecht met mij’ en tot slot ‘psychotische crisis’. Je onderzoekt samen met je behandelaar welke signalen een voorbode kunnen zijn voor deze fases. Als je slim bent betrek je ook een naaste bij dit proces want de kans bestaat dat jij het allemaal niet even helder ziet.

Op deze manier heb ik met mijn verschillende behandelaars een signaleringsplan opgebouwd. Zonder daar verder nog anderen bij te betrekken. En daar ging het dus mis, want een belangrijke component van het signaleringsplan is een aantal mensen een rol geven en te bepalen wat ze moeten doen als ze een signaal waarnemen. Dat kan ‘contact opnemen met de ggz’ zijn of ‘medicijnen ophogen en contact opnemen met de ggz’. Dan is het verstandig als je iedereen die een rol heeft in het signaleringsplan, bijvoorbeeld je partner ook mee laat denken over dat plan of hem of haar dat plan daadwerkelijk geven.

Als jij last hebt van een bipolaire stoornis en je stelt met je behandelaar een signaleringsplan op en je begint manisch te worden, dan is de kans groot dat je partner dat eerder merkt dan jij. Dat kan komen doordat je je tijdens een manie juist heel goed voelt – en sta er dan maar eens stil dat je misschien ziek bent. Dat is heel moeilijk, kan ik je uit ervaring vertellen. En dan is het van groot belang dat jouw partner weet wat te doen.

Nog een fout die ik maakte: mijn signaleringsplannen waren zo uitgebreid dat ik met lezen nooit verder ging dan fase 0 ‘Alles gaat goed’. En als dan alles in orde was las ik niet verder. Terwijl verderop de signalen stonden waarop ik alert moest zijn. En die signalen miste ik dan als er iets aan de hand was.

Een ander probleem van het signaleringsplan kan zijn dat je dingen te letterlijk neemt. In een manie heb ik ooit veel buitenlandse tijdschriften gekocht, terwijl ik dat anders nooit deed. Dat moest dus in het plan. Maar een manie later leende ik buitenlandse boeken van de bibliotheek. En mijn manie maakte mij wijs dat dat totaal iets anders was.

Tot slot: nog een valkuil. Bij mij neemt al heel snel de manie de regie over en die geeft mij perfecte redenen om bepaalde dingen wel te doen, zelfs al ben ik me ervan bewust dat het in het signaleringsplan staat. Want je denkt toch niet dat ik in zo’n geval mijn signaleringsplan nog geloof?

~~~

Afbeelding van Reimund Bertrams via Pixabay

De zoektocht naar de trigger

Wat ik in mijn boek in feite doe is een beschrijving geven van de zoektocht naar mijn trigger voor de manieën ten gevolge van mijn bipolaire stoornis. Vooraf gegaan door een beschrijving van de depressieve en manische episodes die ik meemaakte en die ervoor zorgden dat ik in 2019 erop gebrand was herhaling te voorkomen.

Ik had na mijn zoveelste manie in 2019 echt het gevoel dat er iets moest zijn wat mijn manieën veroorzaakte. Ik had het gevoel dat het helemaal niet zo ingewikkeld hoefde te zijn, maar dat datgene wat zo netjes in mijn signaleringsplan stond niet de oorzaak van ellende was, maar een gevolg van eerdere ellende. Maar het lukte me in eerste instantie niet om er de vinger op te leggen.

Toch kwam ik erachter en dat zorgde voor een bevrijdend gevoel. En ik kreeg steeds sterker het gevoel dat omdat het mij twintig jaar moest hebben gekost om deze ontdekking te doen, ik heel graag lotgenoten wilde helpen om diezelfde ontdekking sneller te kunnen doen. Want ik weet wat voor een ellende een bipolaire op kan leren. Hoewel een manie voor mij in eerste instantie gewoon heerlijk aanvoelt, ken ik ook de keerzijde maar al te goed en die gun ik niemand.

En precies om die reden ging ik dus een boek schrijven. Dat werd vorig jaar welwillend ontvangen door proeflezers maar ze waren wel zo eerlijk om aan te geven dat er nog verbeterpunten. Daar was ik het na enig nadenken helemaal mee eens en afgelopen november, december ging ik weer aan de slag. Ik heb het boek volledig opnieuw geschreven (vooruit: ik heb één kort hoofdstuk laten staan, maar dat heb nog eens deels herschreven en verder ingekort) en ik ben nu heel benieuwd wat mijn proeflezers ervan vinden.

Het boek is de eerste stap, maar ik merk dat ik nu veel meer wil weten over bipolaire stoornissen en aanverwante ziektes/stoornissen die binnen de ggz worden behandeld. Dat is de ene kant waar mijn belangstelling naar uit gaat. De andere kant is die van leren, onderwijzen want ik schreef al, lezen alleen is niet genoeg.

Hoe kan ik zorgen dat de boodschap overkomt? Want waar ergernissen mijn begin/trigger zijn, is dat voor lotgenoten misschien iets heel anders. Ik hoop dat mijn boek de trigger voor lotgenoten kan zijn om zelf samen met naasten en behandelaars op zoek te gaan naar hun trigger, of met hernieuwde energie ernaar op zoek te gaan. Het vinden van die trigger en merken dat het klopt geeft zo’n rust. Dat gun ik wel iedereen. Daarom wil ik daar op alle mogelijke manieren bij helpen. Maar eerst dus via het boek.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Wil ik trainer worden? Want mijn boek alleen helpt niet.

Nu mijn boek naar proeflezers is gegaan, vraag ik mij af wat de vervolgstappen zijn. Natuurlijk, feedback afwachten en die weer verwerken, maar dat kan even duren. In ie tussentijd wil ik wel met mijn project bezig blijven. Ik realiseer me maar al te goed dat voor lezers het het boek lezen alleen niet genoeg is. Wat ze lezen moet ook geleerd, geoefend en toegepast worden.

En bij die punten wil ik misschien ook wel een rol gaan spelen voor mijn toekomstige lezers. Ik heb voor mezelf ontdekt dat een manie voor mij begint met een ergernis. Als die ergernis groter wordt (en dat werd-ie in het verleden nogal eens) dan zette dat bij mij een proces in gang dat uit kon monden in een manie en daarna van ellende weer een soort van depressie.

Nu ik maar weet wat voor een effect langdurige ergernissen op mij hebben, merk ik dat het me lukt om ze sneller te onderkennen en er op zo’n manier mee weet om te gaan dat de ergernis weggaat of ieder geval niet groter wordt en daarmee niet de kans krijgt om groter te groeien en allerlei onheil aan te richten. Ik kan ermee omgaan omdat ik mij simpelweg de vraag stel of de betreffende ergernis zo belangrijk voor me is dat hij gezondheidsschade aan mag richten. Het antwoord is altijd nee.

Het is natuurlijk mooi voor mij dat mijn ontdekking werkt, maar het is maar de vraag of de lezer er ook wat aan heeft: ik weet niet of een ergernis altijd de trigger is. Daarom heb ik in mijn boek ook beschreven wat ik gedaan heb om tot die ontdekking te komen. Op die manier kunnen lezers datzelfde denkproces doorlopen als ik gedaan heb. Maar ook dan is het nog maar de vraag of ze een beginpunt herkennen. Ik heb het namelijk ook niet in mijn eentje herkend en pas toen ik me ergens gruwelijk aan ergerde maar met hulp weer te bedaren kwam, ontdekte ik wat steeds mijn beginpunt van een manie was, namelijk precies zo’n ergernis als ik net had gehad. Ik was er al tijden naar op zoek en daardoor kon het herkennen toen ik het tegenkwam.

Volgens mij kunnen lezers beter ook zelf op onderzoek uit aan de hand van wat ik schrijf. Maar ik denk er nu over na of ik daar meer in wil doen dan alleen dat boek schrijven. Kan ik er trainingen in geven? Wil ik dat? En zo ja, hoe ziet dat er dan uit? Het liefste zou ik daarin de samenwerking aangaan met professionals. De trainers helpen, of misschien samen cliënten ondersteunen.

Lezen, leren, oefenen en toepassen (Waarom een goed boek lezen alleen niet helpt.)

Vanmorgen volgde ik een webinar van Kitty Kilian n.a.v. haar boek Stijl. En weer bleek Kitty gelijk te hebben: het boek lezen is niet voldoende. Je begrijpt het tijdens het lezen allemaal want Kitty schrijft meer dan duidelijk. Je denkt: oh ja, zo zit het dus. En je denkt: dat gaan we eens fijn toepassen. Maar daar valt tegen. Tijdens de oefeningen vanmorgen ging het in het begin nog wel goed, maar toen het moeilijker en belangrijker werd, ging het mis en werden mijn antwoorden afgekeurd. Terecht overigens want Kitty legde ook uit wat er niet goed aan was. Er bleek dus weer een wereld van verschil te zitten tussen aan de ene kant iets lezen en denken dat je het begrijpt en iets daadwerkelijk toepassen aan de andere kant. Zoals ik het zie bevat dat proces vier stappen. En wel de volgende:

  1. Lezen (of kijken). Dan lijkt iets vaak bedrieglijk eenvoudig en sla je jezelf voor het hoofd: hoe heb ik dat kunnen missen? Waarom doe ik dat niet al jaren?
  2. De volgende stap is leren. Want dat is waarom je niet al jaren toepast. Niemand heeft het je geleerd. Nu ook niet want iemand heeft het je hooguit laten zien. Je zult zelf aan de slag moeten om datgene wat je leest ook te leren. Daaronder versta ik: begrijpen en het begin maken met onthouden. Je vat het samen, legt het uit aan je beste vriend. Daardoor zie je wat je niet begrijpt en moet je terug naar de tekst of het filmpje met de uitleg. Zonder begrijpen kun je eigenlijk niet verder. Je hoeft het nog niet helemaal te begrijpen, maar de basis moet er zijn.
  3. Oefenen is belangrijk omdat je dan ziet of het echt begrijpt. Dat kun je doen door praktijkgerichte opdrachten te maken. Schrijf beeldend, of show don’t tell. Daar ga je dan voorbeelden bij bedenken. Hierdoor wordt je begrip van de theorie ook beter. Ik merkte dat ook toen ik alweer ruim vijf jaar geleden bezig was met mijn omscholing naar websitebouwer. Ik maakte aan de hand van het cursusmateriaal met Anki opgaven in HTML of PHP. Die oefeningen typte ik iedere keer uit in Notepad++ en daardoor kon ik meteen in de browser zien of het goed gegaan was. Daar het steeds te herhalen – gespreid te herhalen – begreep ik het soms ook steeds beter hoe een bepaalde PHP-functie nou eigenlijk werkte. De grap van Anki is dat ze steeds dingen vraagt op het moment dat jij het bijna vergeten bent. Hierdoor moet je graven in je geheugen en krijg je sterkere geheugensporen.
  4. Dat brengt ons bij toepassen. Bouw websites, schrijf blogposts volgens het boek van Kitty. Een absolute aanrader die pakkende teksten wil schrijven. Zelf ben ik nog wel even zoet met stap 1 t/m 3 maar ik heb me na vanmorgen voorgenomen om werk van haar boek te maken.

~~~

Afbeelding van Hermann Traub via Pixabay