Gewoon omdat ik het leuk vind en het voldoening geeft

Vanmiddag mocht zowaar een klein beetje programmeren om mijn collega ergens mee te helpen. Nou ja, ik mocht een pagina in Bootstrap zodanig opmaken dat er meerdere rijen waren waarvan de ene bestond uit één kolom die paginabreed was, terwijl de tweede twee kolommen bevatte, de derde drie en de vierde vier.

Toegegeven, niet heel spannend en de purist zal Bootstrap net als HTML geen programmeertaal maar een opmaaktaal noemen maar dat mag de pret niet drukken. Ik vond het leuk om weer eens te doen en ik was er al een tijdje mee bezig.

Backend programmeren is voor mij misschien (nog) iets te hoog gegrepen – databases, includes en requires – hoewel ik het hoognodige wel beheers. Ik heb in mijn omscholing en kort daarna regelmatig een zogeheten CRUD pagina opgezet (Create, Read, Update en Delete) in een database en zaten indertijd ook in mijn Anki dus ik vermoed dat ik het nog wel kan.

Na mijn stage werd zoals ik een paar dagen geleden al aangaf echter gezegd dat backend te hoog gegrepen was en ik me beter op het front-end kon richten in HTML en CSS. Hoe ziet de site eruit? Dat was een teleurstelling, maar de simpele reminder vanmiddag aan iets waar ik heel veel lol aan heb beleefd, heeft me doen besluiten verder te gaan.

Ik was al een tijdje bezig met Learning Web Design fitfh edition van Jennifer Niederst Robbins maar ik hoop er vanaf vandaag een dagelijkse gewoonte van te hebben gemaakt. En na het boek kan ik bijvoorbeeld verder met freeCodeCamp. Er zitten qua kennis toch een paar gaten in mijn HTML/CSS zoals Responsive Web Design, dus ik kan vooruit.

We zullen zien. Om het mezelf wat makkelijker te maken ga ik vanaf morgen dan mijn serie over gewoontevorming afronden.

~~~

Afbeelding van James Osborne via Pixabay.

Laat november maar komen #NaNoWriMo

Niet dat ik de rest van oktober over wil slaan, maar ik wil eigenlijk beginnen aan mijn #NaNoWriMo, oftewel National November Writing Month. Ik heb de verleiding om mee te doen altijd kunnen weerstaan, dit jaar klinkt wat mij betreft de lokroep luider. Misschien komt het door corona en dat ik daardoor gezondheid nog meer ben gaan waarderen en daar weer over wil schrijven, net als dat ik dat deed in mijn tijd bij Reëlle.

Dat is inmiddels lang geleden maar het gevoel iets voor mensen met een beperking te doen; hun een stem geven, sprak me enorm aan. En nu komt dat weer terug door corona merk ik. Hoewel: eerlijk is eerlijk, ik loop in kleine kring al bijna twee jaar met dit idee.

Ik wil iets terugdoen

Afkloppen, maar sinds een tijdje heb ik namelijk het idee dat ik verlost ben van die beperking die me de meeste ellende heeft bezorgd. Nee, ik ben niet genezen, dat is met deze beperking volgens mij onmogelijk en ik zal dan altijd alert moeten blijven en medicatie blijven slikken, maar ik heb het idee dat ik mijn bipolaire stoornis onder controle heb. En dat, mocht het tegendeel blijken, ik een goed vangnet om mij heen heb om tijdig in te grijpen zodat er geen escalatie meer hoeft op te te treden.

En dat stemt mij ontzettend dankbaar. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat er in het verleden veel eenvoudige dingen zijn misgegaan. Met soms grote gevolgen. Gevolgen die voor mijn gevoel voorkomen hadden kunnen worden, als ik en mijn omgeving ons bewust waren geweest van die valkuilen. Dat waren we dus niet. Het heet niet voor niets al doende leert men.

Het bracht me wel op een idee: wat als ik me wel bewust was geweest van die kleine dingen, wat zou er dan gebeurd zijn? Hoe zou het dan allemaal gelopen zijn? Zou ik minder vaak een terugval hebben gehad? Langzaam begon zich ook de vraag op te dringen of iemand anders iets aan mijn ervaringen kon hebben.

En het antwoord lijkt mij: ja, dat denk ik wel. Dus voor de #NanoWriMo wil ik alles opschrijven wat ik geleerd heb over mijn bipolaire stoornis. Zeg maar die kennis die ik 20+ jaar geleden had willen hebben om te stoornis mee te lijf te gaan. Natuurlijk, er zijn behandelaars en daar heb ik zeker veel aan, maar ik denk dat ik vanuit mijn ervaring iets extra’s kan bieden. Juist omdat ik ervaringsdeskundige ben.

Mijn doel is geen geen dikke pil annex handleiding die alles van a tot z behandelt maar juist een handzaam let hier ook op. Al is het maar voor mezelf omdat ik vorig jaar in Zo schrijf je een managementboek van Geerhard Bolte las dat je een onderwerp altijd beter ging begrijpen door er een boek over te schrijven.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Hoe kijk ik over zes weken terug op dit weekend?

Gisteren schreef ik na een heerlijke wandeling door de Peel van zo’n tien kilometer – mijn stappenteller dacht twaalf – al dat ik misschien niet zo moeilijk moest doen. Vandaag was nog even genieten van de stilte voor de storm maar vanaf morgen moet ik eraan geloven.

Niet dat ineens alles anders maar vrij naar The Art of Living van Arthur Worsley bedacht ik dat ik mijn leven in vier aandachtsgebieden wilde gaan opdelen. Te weten:

  1. Familie en vrienden: spreekt voor zich. Nu in coronatijd zie je niet iedereen even vaak als je wilt, maar toch blijft contact belangrijk.
  2. Gezondheid en welzijn: hier valt alles onder met betrekking tot mijn handicap, slechtere gehoor en geestelijke gezondheid. En uiteraard die van mijn naasten. Wat ik hier doe, is wandelen, afspraken i.v.m. het revalidatiecentrum enzovoorts. En zorgen voor regelmaat.
  3. Werk. Hoe dit zo goed mogelijk te doen zonder dat de andere aandachtsgebieden overschaduwt. Dat dit helaas kan gebeuren, heeft het verleden wel uitgewezen.
  4. Hobby en ontspanning. Hieronder valt bijvoorbeeld lezen en schrijven en cursussen of het toepassen van kennis uit boeken die niet werkgerelateerd zijn. Kortom het najagen van interesses zoals webdevelopment – hoewel hier ook een kleine werkcomponent in kan zitten met een baan als webmaster -, literatuur, cultuur en geschiedenis.

Deze vier aandachtsgebieden dus. Die wil ik voortaan iedere week meenemen in een soort van weekevaluatie. Is alles goed in balans? Hebben alles gebieden voldoende aandacht gekregen? Ik lees nu Grip van Rick Pastoor en wilde morgenochtend mijn eerste weekevaluatie doen. Daarin wil ik deze punten meenemen en blijven meenemen zodat het met mijn dagelijkse gewoontes een mooie tandem kan vormen, zodat ik mijn leven nog wat gemakkelijk zodanig inricht dat ik meer doe wat ik belangrijk vind en daarvan meer gedaan krijg.

Dat is dus wat ik dit weekend langzaam ben hopen. In het vertrouwen dat ik het ook echt kan. Ik doe een test van zes weken. Daarna evaluatie.

~~~

Afbeelding van stokpic via Pixabay

Alles voor het goede gevoel

Misschien geef ik al wel te lang medicijnen de schuld van iets wat bij mezelf ligt. Misschien moet ik gewoon doen en niet te veel zoeken. Misschien gaat het gevoel van dit is het allemaal net niet dan weg. Ik weet het even niet.

Ik weet dat ik me ontzettend goed voelde tijdens mijn baan bij Reëlle, eind 2011 – medio 2012, eindigend in een manie. Die misschien wel voorkomen had kunnen worden; wat me nog steeds af en toe verdrietig stemt. Die baan had voor mij ongeveer alles waar ik al die jaren voor had gewerkt en paste voor mijn gevoel als een jas. Het was een communicatiebureau voor en door mensen met een beperking. Dat was overigens de inspiratiebron voor de titel van dit blog.

Ik deed iets met de website, Twitter en het herschrijven van artikelen zodat ze geschikt waren om in de nieuwsbrief opgenomen te worden. En ik droeg bij aan een Krachtenbundel, een magazine waarin krachtige verhalen over mensen met een beperking stonden. En oh ja, ik schreef er ook een column op het groepsblog van Reëlle.

Het was helemaal wat ik zocht kortom, maar laat ik het kort samenvatten: via dat blog kwam ik terecht in de blogosfeer, raakte ik van de kook, werd ik manisch en raakte uiteindelijk die schitterende baan waar ik nog jaren toekomst zag kwijt.

Daarna heb ik me ruim een jaar miserabel gevoeld maar via via vond ik toch weer een baan. Niet helemaal mijn ding maar leuk genoeg om de dagen mee te vullen. Helaas van korte duur. Wel kreeg ik er opnieuw interesse in programmeren. Dat had ik al op de middelbare school maar wiskunde en ik waren geen vrienden dus die route was uitgesloten, ondanks een vergeefse poging in een semester Taal & Kunstmatige Intelligentie aan de KUB.

Maar ik wilde nog een poging doen. Ik had een persoonlijke profielanalyse gemaakt en daar kwam weer programmeur uit als iets wat goed bij mij zou passen. En er was inmiddels iets als websitebouwer / web developer en daar waren voldoende omscholingsmogelijkheden voor en bij eentje kon ik terecht en slaagde na acht maanden met gemak. Tijdens deze opleiding had ik weer hetzelfde gevoel als tijdens mijn tijd bij Reëlle. Het was gebonden aan taalregels maar toch creatief en ik ging iets maken waar mensen wat aan hadden.

Meteen daarna kon ik aan een stage beginnen die bij succes een baan zou worden. Helaas bleek dat door de korte opleiding en mijn gebrek aan wiskundig inzicht te hoog gegrepen. Gelukkig kon ik een paar maanden later instromen in een baan als webmaster en dat doe ik nog steeds.

Dat bevalt prima maar toch knaagt er iets. Het is minder creatief en het is ook bepaald niet helemaal mijn doelgroep maar in deze coronotijden ben ik blij dat ik wat heb. Om toch weer dat gevoel van Reëlle op te roepen heb ik besloten in november met de #nanowrimo mee te doen en poging om voor minimaal één van mijn beperkingen het boek te schrijven dat ik nu meer dan twintig jaar geleden had willen hebben. En ik heb de studieboeken voor websites bouwen weer opgepakt.

Ik hoop dat dat mijn gevoel positief beïnvloedt, net als lezen en wandelen. Niet dat ik me nu slecht voel, maar het kan beter.

~~~

Afbeelding van silviarita via Pixabay

De jaren dertig van de 20e eeuw

Van de jaren dertig van de twintigste eeuw weet ik iets – crisis, opkomst van Adolf Hitler, expansiedrift van Nazi-Duitsland, via Anschluss, München 1938; Peace in our times, aldus Neville Chamberlain; en de inval in Polen op 1 september 1939 uitmondend in de Tweede Wereldoorlog – maar het fijne weet ik er niet van. Vanaf morgen gaat daar hopelijk verandering in komen. Ik heb een artikelreeks beloofd over het blad Popular Flying waarvan ene Flying-Officer W.E. Johns (hoofd)redacteur was en waarvan het eerste nummer verscheen op 16 maart 1932; het was ook meteen het debuut van Biggles, hoewel weinigen toen waarschijnlijk een vermoeden hadden hoe groot die Biggles zou worden.

In mijn artikelreeks wil ik het nu eens niet hebben over Biggles, maar over Popular Flying en de tijd waarin het verscheen. Johns schreef namelijk in The Editor’s Cockpit ook regelmatig over de actuele politieke situatie. En ik heb een aantal interessante nummers op de kop kunnen tikken en omdat het blad waarmee het dus allemaal begon voor Johns – even buiten Mossyface uit 1922 gerekend omdat dat indertijd weinig stof deed opwaaien en niet het begin was van een glanzende schrijfcarrière, zoals Popular Flying dat wel bleek te zijn – nog niet al te veel aandacht heeft gekregen in Biggles News Magazine leek het mij boeiend om juist wel in de geschiedenis van dat blad te duiken. Temeer omdat het volgens Johns’ biografen uitgroeide tot het grootste luchtvaarttijdschrift ter wereld.

En misschien kan ik hier mijn aantekeningen en gedachtes kwijt die het artikel of de vervolgen daarop niet halen. Ik weet nog niet of ik alle afleveringen in een keer schrijf. Ik wil in ieder geval voor het decembernummer een beeld van de wereld en Groot-Brittannië schetsen zoals die was rond 1932 om dan vervolgens in latere nummers te kijken naar hoe Johns in zijn editorials tegen die wereldproblematiek aankeek. Dat deed namelijk flink wat stof opwaaien.

Dat geeft mij dan ook weer de kans om wat extra blogposts te schrijven want ik was van plan om tijdens deze tweede lockdown hier elke dag wat te schrijven. We zullen zien of het ook gaat lukken. De ideeën en de tijden zouden er moeten zijn.

En misschien is het in het kader van de Maand van de Geschiedenis ook wel aardig om de jaren dertig van de twintigste eeuw te vergelijken met de huidige coronacrisis. Ik hoor dat ze qua economische impact vergelijkbaar zouden zijn.

~~~

Afbeelding via Popular Flying van Roger Harris.

Voldoening

Vandaag las ik ter voorbereiding op mijn #nanowrimo-boek Geen tijd, geen geld, toch toen van Marcel van Driel uit. Nuttige tips, maar zoals wel vaker: je kunt het wel lezen en ‘ja’ denken. Maar als het dan ‘nee’ doen wordt, schiet ik er nog niet zo veel mee op. Dat ligt natuurlijk niet aan Marcel maar is wat zelfhulpboeken betreft gewoon een waarheid als een koe. Misschien is het genre juist om die reden zo populair: het lukt (te) weinig mensen om de adviezen uit het boek dat ze net instemmend knikkend hebben gelezen in de praktijk te brengen. En dat ligt dan vast aan het boek, dat was het dan net niet en daarom gaan we vrolijk (of minder vrolijk) verder met het volgende boek.

Het is eenvoudig om een vergelijking te trekken tussen zelfhulpboeken en dieetboeken. Wat ik in de vorige alinea schreef over zelfhulpboeken, kun je bijna één op één ook zeggen voor dieetboeken. Het grootste verschil is misschien dat als het je met zelfhulpboeken niet lukt om jezelf te verbeteren je daar verder waarschijnlijk niet onder lijdt, terwijl overgewicht een behoorlijk gezondheidsrisico met zich mee brengt.

Maar diep in je hart weet je na het zoveelste mislukte dieet- of zelfhulpboek toch allang dat het niet aan het boek ligt, maar aan jezelf. Dat je het uiteindelijk zelf moet doen. Dat was ook de centrale boodschap uit ‘Geen tijd, geen geld, toch doen’. De tips zijn denk ik goed maar uiteindelijk gaat het erom wat je ermee doet. Als jij of ik uiteindelijk niet zelf aan de slag gaan, gebeurt er niks.

Ik kan lezen, plannen, praten wat ik wil. Uiteindelijk gaat het om doen. Gelukkig heb ik met onze Biggles-vertalingen (ik heb ze lang niet alleen gemaakt, maar ook anderen enthousiast gemaakt om te gaan vertalen) al enige ervaring en wat mij betreft gaan we nog jaren door met vertalen.

Wat ik daarvan heb geleerd is dat het natuurlijk fijn was dat ik het ontzettend leuk vind om te vertalen maar vooral dat zo’n enorme voldoening geeft om te doen. Je leert continu bij en dat voelt goed, maar je maakt uiteindelijk ook mensen blij. Die combinatie maakt dat vertalen heel veel voldoening geeft.

En daarom hoop ik dat ik van mijn #nanowrimo-project weer net zo veel leer als van mijn vertalingen en dat ik er anderen blij mee kan maken of dat ze er wat aan hebben. Dat zou heel veel voldoening geven. En die voldoening is weer een sterke motivator om aan de slag te gaan en blijven.

~~~

Afbeelding van Michael Schwarzenberger via Pixabay.

Familiegeschiedenis?

Ergens in 2011 liep ik zoals gebruikelijk op het station de boekhandel in. Om de een of andere reden kwam ik uit bij de strips en toen ik de nieuwe Suske en Wiske zag, wist ik: die moet ik hebben. Nu was het al jaren geleden dat ik gestopt was met het verzamelen van die serie maar voor dit album wilde ik graag een uitzondering maken. Hoe dat kwam? Ik wist dat ik in dit album zou staan. En dan moet je het het hebben, hè?

En ja, redelijk aan het begin van het album las ik ‘Weg met Van der Werf!’ Gelukkig liep het met goed af met deze man want verderop riep men: ‘Leve Van der Werf!’ Dat lees ik natuurlijk liever.

Maar welk album was dat en wie was die Van der Werf?

Het album waarover het het ging was ‘Het lijdende Leiden’ over het Beleg en Ontzet van Leiden in 1573/1574. Middenin de Tachtigjarige Oorlog dus en dat ik wist dat ik het album wilde hebben had te maken met een column van Heleen Crul zo’n twintig jaar daarvoor. In die column had zij het over burgemeester Van der Werf. De beste man was een de van de vier burgemeesters van Leiden in 1573/1574 en zou tegen over de bittere hongersnood klagende Leidenaren hebben gezegd dat ze hem/zijn arm* mochten opeten als Leiden niet binnen een week ontzet zou zijn. Dat haalt ook het album van Suske en Wiske.

De crux was dat Van der Werf dat eind september 1574 gezegd schijnt te hebben en dat het Ontzet door de geuzen van Oranje op 3 oktober was. En volgens Heleen Crul was Van der Werf toen hij die belofte deed er via spionnen al van op de hoogte dat de Geuzen in aantocht waren.

Toen ik later in 2011 in De Lakenhal een tentoonstelling over Leidens Ontzet bezocht, raakte ik aan de praat met een vrijwilliger. Ik vertelde dat ik toevallig Paul van der Werf heette en dat ik mede daarom de tentoonstelling zo boeiend vond. Dat vond ze wel leuk.

Is dit familiegeschiedenis en is het verhaal van de spionnen waar?

Geen idee of er een familiestamboom is en of die teruggaat tot de zestiende eeuw. Overigens wordt de naam van burgemeester geschreven als ‘Van der Werf’ maar ook als ‘Van der Werff’. Bovendien las ik in ‘De kleine geschiedenis van Leiden voor Dummies‘ van Léon van der Hulst dat de burgemeester protestants was – en dat was te verwachten daar strijd in de Tachtigjarige Oorlog tussen Oranje en Spanje grotendeels langs de lijnen van het geloof liep – terwijl ikzelf katholiek ben. Maar daar valt weer tegenin te brengen dat mijn familie volgens de overlevering uit Roelofarendsveen en daarvoor Leiden komt en dat er als ik het goed heb meegekregen van vroeger uit banden zijn met een familie Vermeer. Dat zou weer aansluiten bij het feit dat burgemeester Van der Werf van geboorte Vermeer heette en zich later pas Van der Werf noemde. Toch eens navraag doen binnen de familie dus.

En hoe dat zit met die spionnen? Hopelijk vind ik het antwoord op die vraag in Omwille van de Vrijheid van Hans Marks dat over de laatste maanden van het Beleg en Ontzet van Leiden gaat. Er is overigens ook een e-book versie maar ik heb ik link van de uitgeverij gepakt omdat daar al een YouTube-filmpje opstaat waarin de schrijver al iets zegt over mijn mogelijke voorvader.

Wordt dus vervolgd

* Over welk van de twee verschillen de bronnen of mijn herinnering van mening.

~~~

Afbeelding van Alexander Lesnitsky via Pixabay

Uren over? Boek schrijven

Al een kleine twee jaar loop ik rond met het idee een boek te gaan schrijven en nu ik vanaf deze week vanwege coronamaatregelen weer volledig thuis werk, heb ik besloten dan toch echt een poging te gaan wagen. Ik heb nu namelijk geen twaalf uur reistijd in de week en ik heb een tijdje terug ook nog eens de Tijdvinder gedaan. Als ik die twee combineer heb wel tot halve werkweek tijd om een boek te gaan schrijven. En dan komt #Nanowrimo er weer aan en dan zijn er helemaal geen excuses meer.

Waar ik over ga schrijven?

Het wordt in ieder geval geen fictie. Hoe graag ik het ook lees, als ik probeer het te schrijven, loop ik meteen vast. Ik kan het natuurlijk proberen, maar ik zie het al bijv voorbaat mislukken. Niet aan beginnen dus. Non-fictie wordt het. Het sluit aan bij de onderwerpen van dit blog. Ooit ben ik het begonnen om op te schrijven wat ik leerde over mijn beperkingen zodat ik door het op te schrijven een extra leermoment creëerde. Met de hoop dat misschien anderen met zonder beperkingen er ook wat aan konden hebben.

Toen ik dit blog begon dacht ik niet aan die beperking waar ik zo’n dertien jaar daarvoor mee had kennisgemaakt en die vlak nadat ik hier startte genadeloos toeslag. En hoe meer en hoe langer ik er over terug- en nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kon dat de manie van 2012 misschien wel vermijdbaar was geweest. Net als die van vorig jaar. Maar ja, dat is met de kennis van nu.

En dat is altijd makkelijk. Maar het wel wat me aan het denken zette: wat zou er gebeurd zijn als ik twintig jaar geleden een boekje had gehad met de kennis van nu?

En precies dat boekje wil ik gaan schrijven. Al die dingen die ik tijdens de behandeling leerde en die ik buiten de behandelkamer tegenkwam en me hielpen. Het boek met die kennis had ik graag twintig jaar gehad. Denk ik achteraf Dus wil ik het in ieder geval proberen te schrijven. Geen idee of dat lukt; maar ik vind dat er niet meer voor weg mag lopen. In eerste instantie schrijf ik het voor mezelf; maar als het echt wat wordt, mogen deskundigen mee proeflezen en kunnen misschien anderen er ook wat aan hebben. Maar ik loop voor op de muziek.

De planning is om in oktober te bedenken wat en en hoe ik het wil schrijven en dan in november echt te gaan schrijven. Het lijkt me na al mijn vertalingen en blogs een mooie uitdaging die ik heel spannend vind maar die ik niet meer uit de weg wil gaan.

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

En daar ging ik weer… tegen de vlakte

linkerschoenVanwege mijn lichamelijke handicap functioneert mijn rechter lichaamshelft niet goed. Ik kan mijn rechterhand bijna niet gebruiken en schrijf daardoor gedwongen linkshandig. Dat levert een niet al te fraai en niet zo leesbaar handschrift op. Daarom maakte ik mijn examens op een laptop en mijn tentamens op een pc. Van aanleg bijna ik namelijk gewoon rechtshandig maar verder dan een pen vasthouden kom ik met mijn rechterhand niet.

Ik heb vroeger op de Mytylschool nog wel een aantal jaren ergotherapie gehad om mijn rechterhand wat meer te gebruiken maar dat mocht helaas niet baten. Mijn rechterhand bleef mijn ‘andere’ hand, zoals ik als kind zei. Ik deed alles metlinks en dat ging best goed. Ik had wel fysiotherapie om mijn rechterarm en -hand soepel te houden en ook om netter te leren lopen. Volgens mijn fysiotherapeute liep ik soms als een olifant in een porseleinkast.

Het ging niet alleen om het soepel houden van mijn spieren en om netjes blijven lopen. Ik viel namelijk vaker dan gemiddeld. Dat had ermee te maken dat afrollen/afwikkelen van mijn rechtervoet moeilijk is. Voor mijn linkervoet en bij de meeste mensen voor beide voeten gaat dat na het zetten van een stap zo:

  • je landt eerst op je hak; de rest van je voet staat schuin omhoog;
  • vervolgens komt het midden van je voet op de grond;
  • tot slot volgen je tenen; waarna je je hak optilt en je op je tenen staat om daarmee af te zetten voor de volgende stap;
  • Na het afzetten en optillen van je voet gaat die voet alweer schuin, met de hak naar beneden en tenen omhoog.
  • Herhaling.

Let er maar eens op.

Bij mij gaat het met rechts iets anders

  • Ik land op mijn middenvoet of af en toe zelfs op mijn tenen; de hak hangt dan nog in de lucht;
  • de hak komt op de grond maar bij het afzetten en optillen schieten mijn tenen richting de grond;
  • mijn hak goed omlaag krijgen en de tenen omhoog lukt eigenlijk alleen als ik er goed op let;
  • het gevolg is dat mijn tenen erg laag hangen voor de volgende stap.
  • En dan kom je ze dus tegen: boomwortels, scheve stoeptegels of straatstenen.

Boem: daar lig ik.

Tenminste, gemiddeld 1 keer per jaar of zo; meestal weet ik me in dergelijke gevallen toch wel te redden zonder dat ik val. Eigenlijk doet er zich tijdens bijna elke dagelijkse wandeling wel een kandidaat valpartij voor. 99 van de 100 keer goed. Maar gemiddeld 1 keer per jaar niet dus. Gelukkig nog altijd zonder grote gevolgen. Afkloppen.

Een jaar of tien, vijftien geleden besprak ik mijn spasme in mijn arm en mijn wat moeilijkere lopen met mijn revalidatiearts. Voor de arm raadde ze botox aan; voor het lopen kon een beugel/veer helpen.

Aan de botox in mijn arm begon ik snel en daar heb ik nooit spijt van gehad. Voor benen vond ik dat het zelf af moest kunnen met mijn orthopedische schoenen. Tot ik twee weken geleden over een paar scheve straatstenen op het station viel: bril kapot; schaafplekken op knieën en elleboog; wondjes in mijn gezicht; pijnlijke ribben. Toen ik thuiskwam heb ik gelijk een afspraak gemaakt met mijn nieuwe revalidatiearts en daar kon ik eergisteren al terecht.

Verdict: waarschijnlijk een veer/beugel en ook botox in mijn rechterbeen. Maar eerst uitgebreid looponderzoek waar helaas een wachtlijst voor was. Wordt vervolgd.

Ben ik dan toch in de Mind Movie getrapt?

Deze blogpost is deel 15 van 15 in de reeks Gewoontes

Leo Babauta noemt in Zen habits – Mastering the art of change de Mind Movie als het grootste probleem bij het aanleren van nieuwe gewoontes of juist het afleren van bestaande. De mind movie is het beeld van je ideale zelf; maar zoals ik vijf jaar geleden al schreef: de werkelijkheid is een stuk weerbarstiger. Als je net begint met hardlopen, speel je in je mind movie al de rol van volleerd hardloper. Dit kan motiverend werken – bijvoorbeeld bij reverse engineering: daar wil ik komen; welke stappen moet ik daarvoor zetten? – maar de mind movie kan ook tegen je werken.

Kijk maar: die gruwelijke blaar op je grote teen? Die zat niet in de mind movie; in je mind movie loopt alles op rolletjes; ben je niet bekaf na slechts vijf minuten rennen in wat eerlijk is eerlijk niet meer dan een sukkeldrafje was. De werkelijkheid wijkt dus nogal af van je projectie van die werkelijkheid. En daar zit het probleem. Doordat de werkelijkheid een stuk zwaarder kan zijn dan de bioscoopfilm daarvan, loop je het risico motivatieproblemen te krijgen; dat het moeilijk ging worden, zeiden ze er in de bioscoop niet bij.

Het is vergelijkbaar met de eeuwige discussie over of de bestemming van de reis belangrijker is of toch juist de reis zelf. De werkelijkheid valt weleens tegen als je een bestemming in je hoofd hebt maar vergeet dat je om die bestemming te bereiken (iedere dag) op stap moet.

Of zoals die quote die aan meerdere auteurs is toegeschreven:

I only write when inspiration strikes. Fortunately, it strikes at 9AM every morning.

En dat leek ik de afgelopen tijd te zijn vergeten.

Ik zag een eindbestemming; maar vergat dat er een hele reis aan voorafging. Volgens Babauta moet je je juist bewust zijn van die reis en ervan genieten. Maar goed, ik zag mezelf dus als (mede)vertaler van Mossyface en iedereen helpen met het vormen van nieuwe gewoontes, bijvoorbeeld omdat ze naar mijn mening mij hielpen tegen bijwerkingen van medicijnen. Kortom, ik zag mezelf al staan bovenop de Olympus. Aan de trainingsarbeid had ik even niet gedacht.

Wat ook niet hielp was dat mijn lijstje met dingen die ik elke dag wilde doen inmiddels meer dan tien items bevatte. Deels doordat het een jaarlijst betreft en er dus korte dingen op staan. Dat geeft veel demotiverende witte vlakken; want je hebt dat ene project wel even uitgesteld maar je wordt er toch maar mee geconfronteerd. Dus heb ik nu een lijstje tot en met eind oktober gemaakt met maar vier dingen.

Een tweede stap die ik heb gezet, is mijn gedachten wat meer op papier te krijgen dan alleen maar in mijn hoofd, met een to do lijst en een done-lijst. Maar daarover meer als ik een idee heb hoe het bevalt.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay