Lezen, onthouden en toepassen: inleiding

Eén van de dingen die ik heerlijk vond aan het schrijven van mijn boek was dat ik veel beter wist waarover het ging dan gewoonlijk bij het lézen van een boek. Het schrijven dwong me dieper na te denken. Dat zorgde ervoor dat mijn boek ging leven; dat ik wist wat erin stond. Omdat het een belangrijk aspect van mijn leven beschrijft, voelt het boek voor mij als iets levends aan. Dat vind ik prachtig, want het lijkt me een doel om na te streven. Als een boek dat ik zélf schreef, al niet leeft voor mezelf, dan doe ik iets fout. Wat ik schrijf, leeft meer dan wat ik lees.

Het roept alleen de vraag op of je als schrijver verantwoordelijk bent voor hoe een lezer jouw boek opvat en wat hij of zij ermee moet. Wil je dat je lezer met het boek net zo de diepte ingaat als jij als schrijver? En moet de schrijver ervoor zorgen dat dat gebeurt? Daar zijn hele discussies en theorieën over binnen de literatuurwetenschap. Daar ga ik je niet mee lastig vallen, al is het maar omdat ik het vooral heb over non-fictie. En dan nog wel in de vorm van een zelfhulpboek, wat mijn boek in principe natuurlijk is. Ik heb mijn best gedaan om zo duidelijk mogelijk te schrijven wat ik te vertellen had. Maar dan heb ik als schrijver nog steeds een probleem waar ik niet verantwoordelijk voor ben, maar toch: wat doet je lezer met jouw boek?

Daar wringt de schoen een klein beetje. Meer dan een beetje. En wel om drie redenen die ik hieronder bespreek.

  1. Bereikt je boek de beoogde lezer wel? Ik weet uit mijn opleiding Cultuur & Letteren, met daarin een stevige tak Marketing & Sociologie van het boek, dat de Nederlandse boekenmarkt niet heel groot is. Veel mensen bereik je niet. Simpel voorbeeld: mijn eigen boek gaat over hoe ik heb leren omgaan met mijn bipolaire stoornis. De schattingen lopen nogal uiteen, in Leven met een bipolaire stoornis van Pascal Sienaert en Ann Dierick gaat het ongeveer van 2 procent van de mensen in Nederland en Vlaanderen, tot ongeveer 1 op de 8. Helaas zonder bronvermelding. Recent onderzoek, staat erbij. Laat ik conservatief zijn: 2 procent in Nederland: 350.000 mensen, met naasten en behandelaars. Dat mag je rustig een megapubliek voor mijn boek noemen. Waarschijnlijk ga ik ze niet allemaal bereiken. En dan nog te bedenken dat volgens een proeflezer mijn boek ook voor andere psychische problemen handvaten bood.
  2. Een half jaar geleden las ik Waanzinnige plannen! En hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Maar dacht je dat ik nog enig idee had? Ik ben het grotendeels weer vergeten. En dat stemt me niet vrolijk, want wat ben ik er dan mee opgeschoten dat ik het boek heb gelezen? Ja, ik vond het een goed boek. En ja, ik dacht regelmatig: daar moet ik iets mee doen. Maar heb ik dat ook gedaan? Het eerlijke antwoord is: waarschijnlijk niet. Of in ieder geval niet bewust. Misschien onbewust, dat zou kunnen. Deze ervaring en eerdere hadden gevolgen voor het schrijven van mijn eigen boek.
  3. Ik wilde zo beknopt mogelijk schrijven. Ik ben waarschijnlijk niet de enige lezer die veel te slordig leest om iets / veel te onthouden en ik heb geprobeerd om daar als schrijver rekening mee te houden. Door het onderwerp af te kaderen en zo min mogelijk ballast in het boek op te nemen. Ik heb mijn ervaringen met mijn bipolaire stoornis op willen schrijven en laten zien wat niet werkte (en waarom niet) en wat juist wel werkte (en waarom). Zodat lezers kunnen kijken wat ze eraan hebben, wat ze mee willen nemen. Steun, of juist praktische wenken.

Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat het genoemde boek van Marcel van Driel zinloos is. Ik heb er al te veel over gelezen bij anderen om dat te denken. Hij geeft voorbeelden die mij inspireerden bij mijn eigen waanzinnige plan. En hij stelt dat als het plan mislukt, dan mislukt het plan, niet jij als plannenmaker. Aan dat advies heb ik al jaren iets, dus het boek is wat mij betreft echt top. Alleen zou ik graag meer over het hoe hebben onthouden uit het boek. Meer bewust hebben toegepast.

En naar ideeën daarvoor kijk ik morgen.

~~~

Afbeelding van Michal Jarmoluk via Pixabay

Gisteren een middagje Helmond: hoe hoor ik nu?

Gistermiddag zag ik eindelijk weer eens de bibliotheek van Helmond van binnen. Ik was er al een hele tijd niet meer geweest. De reden daarvoor zag wel bekend zijn. Daarnaast maak ik vaak gebruik van de Online Bibliotheek. Maar het prentenboek van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, Spin op sokken, dat Leonoor me aanraadde tijdens een leuke Twitterdiscussie, bestond alleen op papier. En nieuw was het niet meer te krijgen, dus ik besloot het een keer te lezen als ik weer eens in Helmond was.

Alleen duurde dat even. Gisteren kon ik er echter niet meer aan ontkomen omdat ik al een een tijdje problemen had met mijn gehoor. Afgelopen donderdag toch maar voor gebeld want mijn hoorapparaten twee tandjes harder zetten, hielp te weinig. Gelukkig kon ik al snel terecht bij de audicien. Ik was er best een beetje zenuwachtig voor. Toen twee jaar geleden mijn oude toestellen vervangen konden worden, bleek bij de audioloog dat ik met die oude toestellen, categorie 4, nog maar 90% spraakverstaan haalde. De test bestond uit een gedeelte met piepjes en een deel met woordjes. Die piepjes kostten de grootste moeite. Volgens de audioloog had ik regelmatig op het knopje gedrukt terwijl er geen piepje te horen was.

En ik had toch echt wat gehoord. Als het heel stil is en ik me goed concentreer, hoor ik weleens geluiden die er niet zijn: tinnitus, vooral in de vorm van piepjes. Dat komt goed uit bij zo’n test. We kwamen er toch uit. Ik had sterkere toestellen nodig, uit categorie 5, de zwaarste. Toen ik die een tijdje had en op controle moest, scoorde ik weer 100% op de spraaktest.

Gistermiddag bij de audicien begon het ermee dat ik binnengeroepen werd en we een kort gesprek hadden over hoe ik nu hoorde en wat de procedure was. Daarna werden mijn hoorapparaten schoongemaakt. De volgende stap was een gehoortest, zonder toestellen, maar mét piepjes.

Rechts in de hoge tonen iets achteruit maar…

Toen ik klaar was met de test, mocht ik mijn toestellen weer in doen en ik hoorde het meteen: dit was weer het gehoopte volume, terwijl mijn toestellen op normale sterkte stonden. Dus niet twee tandjes harder, zoals de laatste tijd. De audicien legde uit: het gehoor links was hetzelfde gebleven, rechts hoge tonen was iets achteruitgegaan. Ze had ook nog wat aan mijn toestellen gedaan: nieuwe slangetjes eraan gezet. En ze had mijn hoorapparaten schoongemaakt: er had wat vuil op de microfooningang gezeten. Dát had ik dus al gemerkt (en stiekem gehoopt). Ik hoorde weer normaal en besloot het genoemde gehoorverlies voorlopig even te negeren, ook met het piepjesavontuur bij de audioloog in gedachten.

Dat was toch wel een opluchting. Het was al een mogelijkheid waarmee ik rekening had gehouden omdat ik vroeger mijn hoorapparaten ieder half jaar liet controleren. Deze toestellen hadden die controle door de eerder genoemde bekende omstandigheden niet gehad. En dit kun je helaas zelf niet verhelpen. In de gaten houden dus. En net voor ik aan deze blogpost begon, bevestigde mijn huisgenoot dat ik nu beter hoorde dan voor ik gisteren naar Helmond ging.

En tussendoor nog een boek

Toen ik Spin op sokken uit had, had ik nog tijd over voor de afspraak bij de audicien en dacht ik: zou hier ook wat staan over bipolaire stoornissen? Dat bleek het geval te zijn, Pillendoos van Cornelie Egelie-Sprenger. Maar terwijl er aan begon op het terras van de bieb, merkte ik bij de voorwoorden dat het me behoorlijk aangreep omdat ik iets te veel herkende. Dus zette ik het terug op de plank. Even later realiseerde ik me dat ik mijn biebpasje niet bij me had. Thuis heb ik nog even de preview van het boek gelezen, dat waren willekeurige pagina’s. Weer herkenbaar maar niet meer emotioneel. Ik ga het dus nog lezen.

~~~

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Iets dagelijks doen, geeft een andere blik

Dit is een blogpost in twee delen. Ik schreef het eerste stuk gisteren voor ik naar de (opname van) de oratie ging kijken van Chantal Bleeker. En die oratie zette me dusdanig aan het denken dat ik niet meer aan dit blog toekwam. Ik ging nadenken over communicatie, over dat dingen niet te moeilijk mochten zijn. Als iets moeite kost, doe ik het zelf soms ook liever niet. Daar kan ik een heel simpel voorbeeld van geven. Pas 18 jaar na de diagnose bipolaire stoornis deed ik mijn ontdekking over de ergernissen. Een ontdekking die mijn leven op een positieve manier op zijn kop zette. En die ik misschien wel te danken had aan het feit dat ik dankzij een blogger elke dag was gaan wandelen. Nou ja, dat wandelen heb ik natuurlijk zelf gedaan. Maar die blogger kreeg me definitief zover dat ik iedere dag de ene voet voor de andere wilde zetten.

Waar het om gaat, is dat ik de waarde van dagelijkse gewoontes begon in te zien en ze langzaam ook ging toepassen op mijn bipolaire stoornis. Ik ben ervan overtuigd dat het feit dat ik dagelijks over mijn stoornis nadacht mij uiteindelijk misschien wel de oplossing bracht.

Terwijl ik diezelfde oplossing misschien al eerder had bereikt als ik bereid was geweest dagelijks mijn life chart in te vullen. Maar in 2007 en 2014 – toen ik er in mijn behandeling mee in aanraking kwam – vond ik die boekjes maar lastig en apps waren er nog niet (of misschien nauwelijks). Ik denk echter dat dat niet het grote probleem: het probleem was dat ik niet dagelijks en structureel na wilde denken over mijn stoornis. Ik geloofde in medicijnen en die nam ik trouw in. Maar dat hielp niet altijd.

Ik denk dat de ommekeer kwam met het besef dat het wél dagelijks moest. Nadenken over die vervelende stoornis. Ook al is het niet leuk. Maar het mooie is dat nu ik er tóch dagelijks over na ben gaan denken, ik zie dat je véél meer controle over mijn stoornis heb dan ik ooit had durven dromen. En misschien ook wel méér controle dan medici voor mogelijk houden. Ik ben bezig dát uit te zoeken, het wijst nu wel een beetje die kant op. Ik kom er uiteraard op terug want ik vind het een belangrijk vraagstuk. Net als die vraag: hoe krijg je mensen zover dat ze ergens dagelijks mee bezig willen zijn.

En dat alles dankzij de oratie van Chantal Bleeker.

Wat hier onder staat, schreef ik gister voor ik de oratie bekeek, maar het hangt er wel mee samen.

Nu ik de afgelopen bijna twee jaar zo druk bezig ben geweest met het boek over mijn bipolaire stoornis, of liever over hoe ik ermee heb leren omgaan, heb ik gemerkt hoe fijn ik schrijven aan een boek vind. Natuurlijk, ik wist het al een beetje van mijn vertalingen, maar het viel bij het werken aan mijn boek nog meer op.

Ik bleek het heerlijk te vinden om niet meteen op ‘Publiceren’ te hoeven klikken. En dat wat ik wilde schrijven, hoefde ook niet in één dag af. Het boek gaf mij min of meer de gelegenheid om nog een keer na te denken over iets, als ik nog niet helemaal tevreden over was. Het gaf de gelegenheid dieper op een onderwerp in te gaan, te schaven als dat nodig was. Wat dat betreft ben ik ook heel blij met mijn proeflezers. Meer dan bloggen voelde het schrijven van een boek aan als een teamprestatie.

Dit blog tik ik zelf en ik druk ook zelf op de al genoemde knop ‘Publiceren’. Natuurlijk, er zijn ooit reacties. Maar dat valt in het niet bij wat ik mee mocht maken als schrijver van een boek. En ik zal het ook maar meteen zeggen: ik wil het zo nog wel een paar keer doen. Ik heb ideeën genoeg. Misschien zijn het wel dingen waar de wereld op zit te wachten.

Zo valt er over het onderwerp dagelijkse gewoontes meer te zeggen dan ik heb gedaan in het boek dat hopelijk in het najaar verschijnt. Volgens mij is een groot deel van de daarin beschreven successen te danken aan dagelijkse gewoontes. Ze kunnen daarom volgens mij van belang zijn binnen een ggz-behandeling. En ik zie dat belang ook bij revalidatie. Dus wie weet wordt dat nog een boek.

Een andere dwarsstraat is dat er volgens mij veel meer mensen rondlopen met een verhaal dat het ook waard is om te vertellen. Omdat het inzicht biedt, omdat het inspirerend is, of omdat het vertellen en het lezen zelfvertrouwen geeft.

Nou was ik eigenlijk van plan te gaan zeggen dat ik voorlopig wilde stoppen met bloggen, maar na dit korte blog denk ik daar toch weer anders over. Ik wil nog wat promotie blijven doen voor mijn boek en ik heb nog wat onderwerpen liggen waar ik posts van kan maken. En ik kan vast onderzoek doen voor nieuwe boeken en dat misschien hier vastleggen. Bloggen heeft voor mij toch al jaren een bepaalde charme en het zou zonde zijn om niet van die charme te blijven genieten.

~~~

Afbeelding van Larisa Koshkina via Pixabay

Af en toe voel ik me een sukkel (maar wel een gelukkige)

Vandaag onder het wandelen dwaalden mijn gedachten niet voor het eerst af naar het boek dat mijn leven nu al zo’n twee jaar bezighoudt. Op een mooie en dankbare manier. De afgelopen week heb ik nog twee kleinigheden aangepast/verbeterd en ik heb het gevoel dat het nu af is. Ja, er kan nog commentaar binnenkomen maar over een week of vijf wil ik echt richting de volgende stap gaan: een uitgeverij.

Want ik besef door alle mooie en soms verrassende opmerkingen van proeflezers en andere geïnteresseerden – want ik heb het natuurlijk met niemand over mijn boek gehad – dat het boek misschien wel groter is dan ik op voorhand vermoedde. En daarom ben ik ook zo dankbaar dat het schreef. Dat ik mocht schrijven van mezelf, want het was soms persoonlijk. Zo persoonlijk dat ik het eerst niet durfde. Ik ben dankbaar dat ik liefdevol over die drempel heen geholpen ben en dat het nieuwe boek er uiteindelijk beter van is geworden. Dat het boek dát boek is geworden dat in mij zat en dat eruit moest om niet alleen mijzelf te helpen.

Ik voel me namelijk soms zo’n sukkel, maar wel een gelukkige sukkel. Dat ik dit achttien jaar lang níét heb gezien. Wat dan? Nu ik het me realiseer is het zo logisch dat ik me wel voor de kop kan slaan: idioot, dit had je wel eens eerder kunnen zien. Maar ja, ik heb al die jaren begeleiding gehad. En al die mensen zagen het ook niet. En in allerlei boeken over het onderwerp kan ik het niet vinden. Dus ik hoef niet zo hard voor mezelf te zijn. Vandaar dus: gelukkige sukkel. Want ik weet dit nu en kan er via mijn boek straks andere mensen mee helpen. En misschien misschien bedenk ik nog wel andere manieren ook.

Of bedenken we samen iets, want ik leer ook van proeflezers. Dat is een van de dingen die schrijven zo mooi maakt. Je bent nooit alleen als je schrijft. Je vertelt je verhaal aan een aantal personen, en je laat hen iets terugzeggen. Of ze zeggen het als proeflezers. Schitterend. Je vormt zo echt een team. Tijdens de behandeling, tijdens het schrijven, na afloop: steeds meer komt bij mij het dankbare besef op dat ik het niet alleen doe, niet alleen hoef te doen. En ik ben heel benieuwd waar het team mij gaat brengen.

~~~

Afbeelding van Pfüderi via Pixabay

#WOT plot – plotwending

In september 1999 begon ik The boy Biggles te vertalen. Het kwam voort uit het einde van een donkere periode uit mijn leven. Een depressie die me mijn eindexamen kostte. Toen ik weer beter was, wilde ik leuke dingen gaan doen. Iets met Biggles leek me aan de kwalificatie te voldoen. En in meer dan twintig jaar is me wel gebleken dat dat een juiste inschatting was. Het vertalen was en is heel leuk maar veel belangrijker vind ik de vriendschappen het me heeft opgeleverd. Dat had ik van tevoren echt niet kunnen bedenken.

In mei 2012 kreeg ik het idee om een groepsblog te starten. Iets met handicaps en ziektes. Niet iedereen begreep het en dat leverde een hoop ellende op die me uiteindelijk anderhalf jaar min of meer van de kaart veegde. Het waren onder andere een zekere Gimlet en mijn vrienden van de I.B.A. die mij er toen weer bovenop hielpen door de vertaling Gimlet van de Commando’s mogelijk te maken. Het lukte mij op dat moment niet alleen. Ik had steun nodig en die kreeg ik, ook van anderen en het ging over meer dan boeken.

Het was dus kommer en kwel in 2012/2013. Toch had ik het niet willen missen want het groepsblog werd dit persoonlijke blog en ik had al veel nieuwe vrienden gemaakt rond dat groepsblog. En die vriendschappen die duren wat mij betreft nog lang. Vorig jaar citeerde ik Queen:

Friends will be friends
Right till the end
And even beyond

Die onderste regel had ik zelf bedacht. Het citaat kwam in een reeks op Facebook. Ik kreeg bezorgde reacties: was ik niet manisch aan het woorden? Gelukkig niet, maar dank voor het bezorgde meedenken.

En toen was het 2020 en besloot ik een boek te schrijven. De eerste versie werd terecht afgekeurd door vrienden. Dus begon ik eind 2021 aan een tweede versie. Die lijkt nu beter en komt hopelijk in het najaar uit. Over wat ik geleerd heb van mijn bipolaire stoornis. Ik merk nu alweer dezelfde positieve effecten als in 1999 en 2012. Maar ik doe het rustig aan want ik wil wel graag de negatieve effecten van 2012 vermijden. Ik heb er gelukkig alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Daar gaat het boek ook over. Maar te hard van stapel lopen is niet verstandig, dat heb ik wel geleerd.

De moraal van dit verhaal: geef de plot van je leven af en toe een twist. Kan je zomaar veel moois opleveren. En een plot twist van het leven zelf, kan ook positiever uitpakken dan je soms denkt, hoe vervelend zo’n twist ook kan zijn.

~~~

Afbeelding van 0fjd125gk87 via Pixabay

Zonnestralen #WOT

De zonnestralen waar ik het over wil gaan hebben, zijn geen letterlijke zonnestralen, maar figuurlijke. Zonnestralen die in april 2020 doorbraken en die letterlijk – en dat mag je letterlijk nemen – mijn leven compleet veranderden. Dat voelde en wist ik al op het moment dat die zonnestralen doorbraken, maar in de ruim twee jaar die sindsdien voorbij zijn gegaan, is volgens mij gebleken dat ik gelijk had.

En dat maakt mij gelukkig. Het geeft mij soms het idee dat zonnestralen mij de hele dag verwarmen, ook op bewolkte dagen. En dat is zo geníéten, dat kan ik wel van de daken schreeuwen. Als je dit blog volgt, weet je dat ik het heb over de rol van ergernissen bij mijn bipolaire stoornis. Eindelijk heb ik het idee dat ik die onder controle heb, na jaren letterlijk in het duister te hebben getast.

Natuurlijk: ik weet dat ik alert moet blijven, dat ik medicijnen moet blijven slikken en dat toch nog mis kan gaan. Daar ben ik me maar al te zeer van bewust, maar ik weet nu tenminste waar ik op moet letten. Dat geeft zo veel rust. En het het geeft ook vertrouwen. Want ik ben er dagelijks kort mee bezig. En het gekke is dat ik nu als het ware een radar heb voor ergernissen. Ik signaleer ze zó snel, bekijk ze op het moment dat ze nog heel klein zijn, en kan ze daardoor of laten waaien of aanpakken. Op die manier krijgt een ergernis geen kans meer om uit te groeien tot een manie.

En om het nog mooier te maken: doordat ik af kan rekenen met ergernissen, ben ik veel minder chagrijnig of humeurig. Ik ben nog niet het zonnestraaltje in huis, maar het voelt wel enorm goed. En dan op een gezonde manier.

Ik gun het iedereen, die zonnestralen in je leven. En ik denk graag na over hoe ik anderen daarmee kan helpen. Want ik heb de betekenis van ergernissen niet ontdekt dankzij de ggz. Een helpende hand kan dus nuttig zijn. Alleen al omdat ik merk hoeveel zonniger mijn eigen leven is geworden, steek ik die helpende hand graag uit.

#WOT: Write On Thursday

~~~

Afbeelding van jplenio via Pixabay

#WOT stekken, ideeënstekken

De #WOT van vandaag is stekken. Nou heb ik geen groene vingers dus zijn jullie snel me af. Maar niet heus want ik doe wel degelijk aan stekken, aan ideeënstekken. En daar wil ik graag over vertellen.

Het heeft namelijk te maken met mijn boek. Het is zo goed als af en verschijnt in het najaar. Eindcontroles nemen altijd meer tijd in beslag dan je denkt, er moet nog een uitgever bij gevonden worden en ik wil ook nog wat zomervakantie kunnen houden.

Mocht er nog iemand zijn die gemist heeft waar mijn boek over gaat: ik heb een bipolaire stoornis en die stak regelmatig de kop op in de vorm van manieën zonder dat mij duidelijk was waarom. Twee jaar geleden viel me ineens op dat ze allemaal begonnen waren met een ergernis. Nu hoef ik er ‘alleen’ nog maar voor te zorgen dat een ergernis overgaat zonder dat ik ervan van slag raak. Hoe ik dat doe, staat in mijn boek.

Er is nog een onderdeel dat hierbij belangrijk is en dat is het onderdeel gewoontes. Juist doordat ik dagelijks bezig was met mijn stoornis, erover nagedacht en er met anderen over sprak, kon ik deze ontdekking doen en kan ik nu ook signaleren en corrigeren op ergernissen. En dat begon allemaal zeven jaar geleden dankzij de post Love moved me to write this for you van Peter Pellenaars.

Wat heeft dat met stekken of ideeënstekken te maken?

Veel. Want ik heb mijn boek nu wel geschreven maar je ziet al: ik heb lang gedaan over het leren werken met gewoontes en het duurde ook jaren voor ik inzag hoe ik ze kon gebruiken. Voor anderen is het boek dan wel leuk, maar is misschien ook training nuttig. En die zou ik kunnen geven: zie daar een ideeënstek.

En nog een ideeënstek: in mijn boek staat dat een rapportage van het UWV bij mij nogal verkeerd viel en dat dat gevolgen had voor mij. Ik zou best een lezing willen geven aan mensen van het UWV om ze op de mogelijke gevolgen van hun rapportages te wijzen.

En nog eentje dan: ik kan pochen dat ik sinds twee jaar geleden een ware transformatie heb ondergaan, dat ik mij onherkenbaar beter voel dan voor april 2020. Maar het is geen pochen, het is echt zo en mensen die me kennen bevestigen het. Het geloof/de hoop dat ik mijn stoornis onder de duim heb, doet mij zó goed, dat is haast onbeschrijfelijk. En ja, natuurlijk, ik weet dat ik alert moet blijven en medicijnen zal moeten blijven gebruiken. Waar het om gaat is dat ik me zo veel beter voel. En stel dat er naast het boek ook een training komt. Zou het dan niet prachtig zijn als de deelnemers dezelfde resultaten hebben als ik? En dat er voor, tijdens en na portretten zijn om dat proces vast te leggen?

~~~

Afbeelding van 1195798 via Pixabay

Kaizen, gewoontes en mijn boek

Deze blogpost is deel 26 van 26 in de reeks Gewoontes

Toen ik in april de eer had om een week te twitteren via het account van NL_Buitenbeentjes, vertelde ik uiteraard over mijn dagelijkse gewoontes. Van Fenna kreeg ik toen meteen de tip om eens naar Kaizen te kijken want zij herkende daarin veel van mijn verhaal. Het duurde uiteindelijk nog een hele tijd maar vorige week las ik eindelijk De kunst van Kaizen van Robert Maurer.

En het was inderdaad een feest van herkenning. Veel van wat erin te lazen valt, staat ook in de andere boeken (zie achtergrond) en sommige dingen die niet in die andere boeken stonden heb ik misschien intuïtief aangevoeld door al dat lezen. Daar kom ik nog op. Eerst maar eens kijken wat Kaizen is en waar het vandaan komt, want ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord.

Het bleek te gaan om een techniek waarmee je met zo klein mogelijke stapjes grote veranderingen kon bereiken. De eerste toepassing was de Amerikaanse wapenindustrie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er was geen tijd om revolutionaire nieuwe wapensystemen te ontwikkelen. In plaats daarvan moest het maakproces van de bestaande wapens worden geoptimaliseerd. Daartoe werden alle werknemers uitgedaagd om mogelijke verbeteringen in het proces door te geven, hoe klein die verbeteringen ook waren. Uiteindelijk leiden al die kleine verbeteringen tot betere wapens en een snellere productie.

Na de Tweede Wereldoorlog raakte volgens Maurer de techniek in de VS in onbruik. Maar toen Japan onder leiding van de VS weer werd opgebouwd, herleefde de techniek daar. En daar kreeg het ook de naam Kaizen.

Kaizen gaat uit van kleine stappen, kleine beloningen, simpele acties, eenvoudige vragen en gedachten en het oplossen van kleine problemen. Juist in dat kleine en eenvoudige zit de kracht omdat volgens Maurer onze hersenen van oudsher protesteren tegen groot en moeilijk. Dingen die groot en moeilijk zijn, zijn namelijk bedreigend. Houd je het klein en eenvoudig, dan wordt je angstcentrum niet gewekt en kun je de verandering wel doorvoeren. En de dag erop weer een klein beetje meer. Tot je al snel een grote verandering hebt bereikt, omdat de kleine stapjes nergens bedreigend waren.

Dit komt terug in mijn boek

Al lezende herkende ik dus heel veel van wat ook in mijn boek staat. De kern draait om het herkennen van ergernissen, weten wat je dan moet doen (kort gezegd: goed naar de ergernis kijken – en daarmee de automatische vechtreactie eruit halen – en je realiseren dat die ergernis geen grote psychische ellende waard is) én daar een gewoonte van maken; van dat herkennen en bekijken. Dat doe ik door elke dag af te sluiten met de vraag of ik mij heb geërgerd die dag. Volgens Robert Maurer zorgt het elke dag stellen van dezelfde eenvoudige vraag ervoor dat deze zo in je systeem zit dat je er als vanzelf naar handelt. Ik kan dat uit de praktijk alleen maar bevestigen en noem daarom in mijn boek nog een paar eenvoudige vragen.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

Ik voel weer dezelfde gedrevenheid als tien jaar geleden

Ik voel weer de gedrevenheid van tien jaar geleden. En die gedrevenheid voel ik eigenlijk al zo’n twee jaar. Sinds de grote ontdekking van de ergernissen. En het wordt me steeds duidelijker dat die ontdekking echt helpt. Natuurlijk, ik zeg niet dat ik nooit meer een manie ga krijgen, ik zou niet durven. Maar ik durf wel te zeggen dat de kans daarop nu een stuk kleiner is. Nu ik echt weet waar ik op moet letten. Voeg daarbij mijn grote geluk dat ik snel en goed op een extra dosis medicijnen reageer, mocht dat nodig zijn. En het misschien nog wel grotere geluk dat ik nooit zo ver in de greep ben gekomen van een manie dat ik dacht dat ik de medicijnen überhaupt niet meer nodig had. Ik lees en hoor dat dat wel een probleem is. Ik ben blij dat dat voor mij niet geldt.

Nu de eerste reacties op de tweede versie van mijn boek positief zijn, begin ik toch langzaam verder te denken. Nog niet zo lang geleden begon het me te dagen dat ergernissen misschien niet alleen voor manieën een katalysator kunnen zijn. Hoe vaak doe je niet iets omdat je aan iets of iemand ergert? En dan bestaat de kans dat je iets in gang zet dat escaleert, waar je misschien spijt van krijgt. Terwijl de reactie waarmee het begon, totaal achterwege had kunnen blijven, als je je had gerealiseerd dat je uit ergernis reageerde. En dat er andere, betere manieren zijn om met een ergernis om te gaan.

Die conclusie trok ik dus. Dat er in z’n algemeenheid een hoop ellende voortkomt uit ergernissen. En dat was min of meer ook de conclusie van mijn webhost toen hij me een factuur stuurde en we aan de praat raakten over hoe het met ons ging.

Op dat punt van ergernissen hoop ik dat mijn boek kan helpen. In eerste instantie misschien vooral mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving, maar ik denk dus dat ik het breder kan en wil trekken. Waar ik op dit moment echter vooral dankbaar voor ben, is voor het gevoel dat ik met mijn ervaringen weer mensen kan helpen, noem ze lotgenoten, als je wilt. Precies het gevoel dat ik tien jaar geleden ook had bij Reëlle. Alleen moet ik er nu wat meer zelf aan trekken en heb ik er nog een baan langs. Gelukkig heb ik wel vrienden die me steunen, dus al gaat het even duren, het gaat lukken.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De eerste reacties zijn positief

Vorige week had ik van een proeflezer al een aantal positieve eerste indrukken te horen gekregen over mijn boek en vandaag had iemand het al helemaal gelezen. En hij was erg positief. Daar ben ik heel blij mee want hoewel ik zelf een veel beter gevoel had bij versie 2.0 van het boek dan van de eerste en ik het dit keer zonder bedenkingen uit handen durfde te geven, is het toch wel prettig om dat goede gevoel ook extern bevestigd te krijgen.

En hij gaf me ook nog een tip voor een potentiële doelgroep van het boek. Ik begin zo langzamerhand echt te geloven dat dit boek meer kan zijn dan mijn memoires over een belangrijk deel van mijn leven dat niet helemaal zo gelopen is als ik wilde, maar waarvan ik wel leerde. Die lessen heb ik verwerkt in het boek. Omdat ik graag schrijf en leer en schrijven voor mij een vorm van leren is. Dat telt dus dubbel.

Van mijn weekje @NBuitenbeentjes leerde ik dat ik het verhaal ook op een andere manier kan vertellen. Dat ik dat ook prettig vond. Dat ik het verhaal belangrijker vind dan de vorm waarin ik het vertel. Ik heb rond mijn bipolaire stoornis ook voldoende mee gemaakt om me te realiseren dat er nog heel wat onbegrip is. En daar wil ik graag wat tegen doen. Door mijn verhaal te vertellen. Door duidelijk te maken dat ogenschijnlijk onschuldige dingen onder invloed van een manie helemaal niet zo onschuldig meer zijn. Natuurlijk bedoel ik dat niet beschuldigend. Maar als je beseft dat iets veel zwaarder opgevat kan worden dan je het bedoelt, heb je in ieder geval de mogelijkheid nog eens te denken of je boodschap wel zo handig is en of deze bij de ander landt zoals je het bedoeld hebt.

Als er meer begrip zou zijn, zou dat helpen. Misschien kan mijn boek daar een steentje aan bijdragen. En wat voor steentjes dat dan gaan worden, vertel ik ongetwijfeld hier op dit blog.

Voorlopig geniet ik echter nog een beetje na en wacht ik met een gerust hart meer reacties af. En ik verwerk langzaam de ‘wat als ik dit eerder had geweten?’ vraag die mijn boek oproept. Dat ik misschien wel minder vaak manisch had hoeven worden als … enz. Die vraag kan ik niet beantwoorden maar ik gun niemand (de gevolgen van) een bipolaire stoornis. Dat dat een drijfveer was voor het boek moge duidelijk zijn, maar dat heb ik vast al eens een keer geschreven.

~~~

Afbeelding van Jill Wellington via Pixabay