Een herinnering met perspectief

Biggles en zijn basis

Het begon allemaal met mijn depressie in 1999. Toen die in de zomer dankzij medicijnen en gesprekken eindelijk voorbij was, was ik ervan overtuigd dat ik het komende schooljaar wel mijn vwo-diploma zou halen. Het was immers de depressie die ervoor had gezorgd dat ik het een aantal maanden eerder niet slaagde.

Misschien omdat ik me zo zeker voelde, wilde ik vooral leuke dingen doen. En wat is er nou mooier dan Biggles-boeken lezen? Gelukkig bestond er een vereniging (en die bestaat nog steeds) waar ik de deeltjes kon bestellen die ik niet in mijn verzameling had. Toevallig kon ik ook een paar boeken bestellen die nog niet in het Nederlands waren vertaald.

Lang verhaal kort: op 16 juni 2001 verscheen Biggles en zijn basis. Dat was de vertaling die ik samen met de in 2005 veel te jong gestorven Marvel M. Wagenaar-Wilm, voorzitter van de International Biggles Association, maakte.

Het was een prachtige dag en de hele opmaat ernaartoe zal ik ook nooit vergeten. Maar dat komt misschien nog wel een keer aan bod, ik beschreef het een tijdje terug al voor Biggles NewsMagazine. De reden dat ik er vandaag aan moet denken is omdat ik me rondom de publicatie van die vertaling zo prettig voelde. Vanaf het moment dat ik begon tot de presentatie en daarna voelde ik me heerlijk. Net zo prettig als tijdens het schrijven van mijn boek in wording over mijn bipolaire stoornis, realiseerde me vandaag al terugdenkend.

En dat biedt hoop

Omdat ik de voorbije twintig plus jaar zo vaak met mijn bipolaire stoornis te maken heb gehad, ontstaat het risico dat ik pessimistisch word. Waar doe ik het allemaal voor? Ik word toch weer ziek. Van dat gevoel heb ik regelmatig last gehad in het verleden en ik moet bekennen dat het me dit keer ook weer af en toe bekruipt.

Daarom ben ik nu zo opgelucht door die herinnering aan de boekpresentatie twintig jaar geleden. Juist omdat ik me én realiseer dat het gevoel lijkt op wat ik nu voelde met mijn boek én dat het toen wel goed met me ging en bleef gaan. Dat betekent dat ik dus niet per se ziek hoef te worden als ik het me goed voel.

Dat geeft hoop: als ik het analyseer waren twintig jaar geleden twee componenten voor mijn manieën afwezig: slaapgebrek en ergernis. Een van die twee kan overigens al voldoende zijn. Het belangrijkste voor nu is dus dat ik me goed kan voelen zonder dat die beide signalen hoeven volgen. Dat is dus niet hoef denken: laat ik maar niet proberen me al te goed te voelen, want dan volgt weer een manie.

Die angst is niet nodig, dus ik pak mijn leuke bezigheden weer op.

Geen anderhalf jaar geduld – ontsnappen uit het Net-niet-land

Zo kreeg ik dus eind maart, begin april toch weer te maken met het onderwerp waarmee ik definitief hoopte af te rekenen door er een boek over te schrijven. Ik werd toch weer manisch. Gewoon om gek van te worden. Kom ik er dan nooit vanaf? Ik wil hier niet pessimistisch zijn want er zijn zegeningen te tellen: ik signaleerde, was er snel bij en kon door de medicatie op te hogen erger voorkomen.

Nog een zegening is dat ik normaal kon blijven functioneren. Dat is weleens anders geweest. Nu werd het gelukkig geen manie maar bleef het bij een hypomanie. Daarvoor was echter wel twee keer ingrijpen met extra medicatie noodzakelijk. Ooit zei een psychiater tegen mij dat als ik me drie dagen anders voelde dan anders, dat ik dan het ondersteunende medicijn met 5 mg kon verhogen naar 10.

Nu merkte ik eind maart inderdaad dat ik me drie dagen anders voelde dus ik besloot het ondersteunende medicijn op te hogen naar tien (in overleg met mijn behandelaar). Echter, sinds een paar jaar neem ik standaard 7,5 mg van dat medicijn. Dus ik hoogde slechts met 2,5 mg op. De ingreep was dus niet heel erg fors en deed daarom ook niet helemaal wat ik had gehoopt; mijn slaap herstelde niet voldoende.

Vandaar dat mijn behandelaar besloot nogmaals met 2,5 mg te verhogen. Dat hielp al de eerste nacht en sindsdien heb ik het gevoel dat ik weer beter ben.

Toch is dat niet het hele verhaal

Misschien kan ik beter zeggen dat ik het gevoel had dat ik het risico op een manie had afgewend. Want ik voelde me niet beter. De eerste paar weken gingen nog wel omdat ik nog voortdreef op de (hypo)manische gevoelens. Daarna begonnen de medicijnen echt toe te slaan. Het remt de manie en dat betekent vooral dat het een deuk slaat in het enthousiasme waarmee ik tijdens een hypomanie dingen doe. Van ergens erg enthousiast over zijn, wordt het lange tanden werk.

Nou ken ik dat fenomeen dusdanig goed dat ik het in mijn boek het Net-niet-land heb genoemd. Er staat ook dat ik er anderhalf jaar last van kan hebben. Dat wil ik nu graag voorkomen. En de sleutel daarvoor is denk ik bezig blijven. Met dingen die moeten maar vooral ook met dingen die leuk zijn. Dan komt dat goede gevoel vanzelf langzaam terug. Maar ik merk nu al een tijd dat het lastig is om dingen te gaan doen zonder enthousiasme. Dat enthousiasme zorgt er namelijk voorafgaand aan een manie voor dat ik in sommige dingen heel veel zin zin en ik er dus nooit toe hoeft te zetten om ze te doen. Neem mijn boek in wording bijvoorbeeld: het schreef zich bijna vanzelf.

Tot het misging en nu ik moet herschrijven heb ik daar veel meer moeite mee. Het moeilijke is niet het herschrijven, of het vertalen, Biggles, het lezen, het leren maar het beginnen met herschrijven, met het vertalen, beginnen met Biggles, beginnen met het het lezen, beginnen met het leren, enzovoorts. Het beginnen is het probleem. Omdat de zin om te beginnen na een manische episode gewoon verdwenen lijkt te zijn.

Gelukkig heb ik mij de afgelopen jaren niet voor niets in gewoontes verdiept (wandelen is het enige wat zich aan deze algehele malaise onttrekt, maar dat is dan ook wel zo’n diep verankerde gewoonte). En dus heb ik aan de minimale versie van gewoontes gedacht.

Dus vanaf morgen minimaal 2 minuten per dag:

  • herschrijven
  • Biggles
  • vertalen
  • lezen
  • leren

Dan ben ik heel benieuwd hoe ik me over een week voel.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Nog net onder de 25 (hopelijk helpt de Pomodorotechniek)

weegschaal

Begin dit jaar was één van mijn voornemens mijn gewicht weer wat omlaag te brengen. Volgens de Body Mass Index was ik net een kilo te zwaar. Dat weet ik omdat ik al jaren iedere zaterdagochtend op de weegschaal sta. Dat begon toen in het voorjaar van 2010 toen ik als kersvers afgestudeerde vond dat ik van mijn studentenkilo’s af moest. Volgens de BMI woog ik zo’n tien kilo te zwaar voor een gezond gewicht en daar wilde ik wel weer naartoe. Gelukkig hadden we nog een boek van Sonja Bakker in huis en bleek het met haar methode vrij gemakkelijk om af te vallen.

Uiteindelijk gingen er in twee jaar tijd twintig kilo af. De laatste vier à vijf gingen eraf door de manie van 2012 die de kentering zou blijken te worden. Ik moest namelijk flink meer medicijnen gaan slikken, van de minimumdosering naar iets substantieels. En in de bijsluiters van de medicijnen viel te lezen dat bij meer dan één op de drie mensen gewichtstoename voorkwam. En daar hoorde ik helaas ook bij. Het ging sluipenderwijs maar wel met jaarlijks twee kilo erbij.

Dat hield in dat mijn Body Mass Index toch weer in de buurt van de vijfentwintig kwam. Gelukkig was ik me daar door mijn wekelijkse afspraak met de weegschaal van bewust en lukt het me een aantal jaren mijn BMI onder die beruchte vijfentwintig te houden. Tot ik in 2019 toch weer een manie kreeg en de medicatie weer fors omhoog moest. Toen tikte ik op een gegeven moment zelfs net de 26 aan.

Gelukkig ging de manie voorbij en kon ik mijn medicatie weer afbouwen en verdwenen daarmee ook de kilo’s tot ik zelfs een kleine buffer over had. En dat was maar goed ook want eind maart, begin april was het toch weer raak. Ik was er dan wel heel vroeg bij waardoor de hypomanie niet omsloeg naar een manie, maar ik moest wel de medicatie tot twee keer toe verhogen.

En dat had gevolgen

Ik ben twee kilo aangekomen. Daar zat weliswaar een kilo bij die ik door de manie eerder was kwijtgeraakt maar toch betekent het dat ik op moet letten. Ik weet nog niet wanneer ik mijn medicatie weer af kan gaan bouwen maar ik zit nog maar een twee ons af van een BMI van 25+. En dat wil ik graag voorkomen. Elke dag wandelen is helaas niet voldoende. De medicijnen zorgen voor meer hongergevoel en een tragere stofwisseling. Misschien de Pomodorotechniek anders inzetten: 25 minuten werken, 5 minuten bewegen. Het valt te proberen. Laat ik dan maar meteen beginnen.

Afbeelding van Vidmir Raic via Pixabay

Meer plek maken voor schrijven

Als mij één ding duidelijk is geworden door het schrijven van mijn boek, dan is het wel dat ik juist dat schrijven zo graag doe en dat het misschien is wat ik het beste kan. En dan bedoel ik uiteraard niet dat ik de beste schrijver ter wereld ben, maar dat van alle dingen die ik kan, schrijven datgene is waar ik het beste in ben. En daarom wil ik schrijven een prominentere plek in mijn leven geven.

Ja, ik weet het. Het klinkt dramatisch. Maar behalve dat ik denk dat ik er goed in ben, merk ik dus ook dat ik er gruwelijk veel lol aan beleef. Als ik het gevoel heb dat ik iets schrijf waar een ander wat aan heeft, bloei ik helemaal op. Dan ben ik vrolijk en opgetogen, heb ik het gevoel echt iets voor een ander te kunnen betekenen. En dat maakt mijn drang tot schrijven ook iets waarbij weliswaar mijn eigenbelang een rol speelt, maar waarbij ik hopelijk het nut voor de ander niet uit het oog verlies.

Schrijven voor een ander als stimulans

Dat nut voor de ander was namelijk een drijvende kracht achter het schrijven van mijn boek. Als ik niet het vermoeden had gehad dat lotgenoten, naasten, of professionals in het vakgebied iets hebben aan mijn bespiegelingen over de manier waarop ik met mijn bipolaire stoornis en mijn behandeling daarvoor omga, had ik het boek nooit geschreven. Ik heb nu een idee wat ik met het boek wil, maar het is nog te vroeg om dat al helemaal wereldkundig te maken. Nu is het voldoende dat ik besef dat ik wil schrijven, voor mezelf en voor anderen, en dat ik daarvoor echt plaats in mijn leven wil inruimen.

Dat betekent ook nadenken of ik ook wil dat mijn boodschap ook voor een groter publiek nuttig kan zijn en of ik dat publiek dan ook wil opzoeken. Het antwoord op beide vragen, kan ik volmondig met ja beantwoorden, zeker na de reacties die ik allemaal kreeg rond mijn boek. Hoe ik dat ga doen is me nog onduidelijk. Helaas heeft mijn bipolaire stoornis invloed op mijn aanwezigheid online. Ergens is me opgevallen dat ik als ik online actiever ben, ik ook meer last heb van die stoornis. En dat terwijl ik me online op mijn gemak voel. Het is een soort kip-of-ei discussie. Of ik daar ooit uitkom… Maar ik hoop voldoende geleerd te hebben over mijn stoornis om zonder al te grote risico’s toch een poging te kunnen wagen mijn online aanwezigheid wat prominenter te maken. Omdat ik het leuk vind en omdat het nuttig kan zijn.

Nog zo veel kansen om te leren en te schrijven

Wat die online aanwezigheid betreft heb ik namelijk echt het gevoel dat ik nog veel kan leren. Hoe kan het effectiever zonder dat ik er nadelige gevolgen aan overhoud. Ik heb het idee dat ik nu mijn bipolaire stoornis voldoende kan beteugelen om deze les in online aanwezig zijn aan te durven. Misschien ga ik er zelfs wel over bloggen, want dat wil ik sowieso meer. Net als vertalen, maar Captain W.E. Johns heeft gelukkig behalve Biggles nog veel meer geschreven en het overgrote deel daarvan is nog niet in het Nederlands vertaald. En laat vertalen nu lijken op schrijven. Dus ook daar kan ik voorlopig vooruit.

~~~

Afbeelding van Robert Armstrong via Pixabay

Over hoe gebrek aan slaap en aan alertheid voor een terugval zorgden

De maand april verliep een beetje eigenaardig. Ik werd hypomaan. Dat wil zeggen dat ik manische trekjes kreeg zoals veel contacten leggen, enthousiast over een bepaald onderwerp zijn en je juist ergeren aan andere dingen. Dat alles overkwam me in april. Gelukkig lijkt alles weer onder controle te zijn maar het is denk ik verstandig erop terug te blikken zodat ik er hopelijk van kan leren in de toekomst.

Op tijd wegleggen die telefoon en ook geen mail meer

Het begon allemaal eind maart met mijn blogpost over lessen van elf jaar. Naar die post verwees ik namelijk op maandag 29 maart in een soort van recensie van het boek Stijl van Kitty Kilian. Ik liet dat netjes aan Kitty weten en ik hoopte stiekem dat ze op die ene link in die recensie klikte. Die ging naar het lessen van elf jaar blog. Het was al laat op de avond maar ik besloot te wachten op wat misschien zou gebeuren. En ik zag rond elf uur ‘s avonds inderdaad dat Kitty een schitterende opmerking had achtergelaten. Eentje waarmee ik echt verder kon. En helaas ook eentje waarmee ik om 23:05 stuiterend naar bed ging en ik een nacht beleefde waarin ik maar drie tot vier uur sliep, in plaats van mijn gebruikelijke zeven tot acht uur.

Toen ik dinsdagochtend opstond was ik dan ook gealarmeerd: dit moest niet nog een paar nachten zo doorgaan. Maar ja, ik moest gewoon werken en daarna met het comment van Kitty aan de slag, ‘s avonds, twee avonden achter elkaar. Dus ik sliep nog twee nachten evenveel uren als van maandag op dinsdag, ondanks dat ik netjes mijn medicijnen innam.

Een inmiddels gepensioneerde psychiater had mij ooit verteld dat ik mijn medicatie mocht verhogen tot een bepaald niveau als ik mij drie dagen anders dan anders voelde. Dat deed ik dus netjes, in overleg met mijn huidige behandelaar.

Eén plus één is twee extra

Het hielp alleen niet echt geweldig, merkte ik na een dag of drie maar omdat ik mijn afspraak kon vervroegen liet ik het maar zo. Op vrijdag had ik dus een gesprek en besloten we in goed overleg de medicatie alsnog een beetje extra te verhogen, niet met één eenheid, maar met nog een tweede, zoals ook in mijn signaleringsplan staat.

De dag erna, zaterdag, merkte ik al meteen resultaat. Ik was mijn manische gevoelens kwijt en ik had weer een nacht echt goed geslapen. En ik wist na het gesprek en de goede nacht die erop volgde dat dit geen manie was maar een hypomanie: wel de manische gevoelens, maar normaal kunnen blijven functioneren. En ik besefte dat ik door mijn slaapgebrek niet alert genoeg meer was om een ergernis op te merken die er misschien mede voor heeft gezorgd dat de eerste verhoging niet voldoende was.

Blijven leren van mijn bipolaire stoornis

Er was een belangrijk verschil met de tijd dat die psychiater mij dat advies gaf. Toen slikte ik van het ondersteunde medicijn twee eenheden, inmiddels drie. Daardoor had de ophoging nu minder effect, want het was nog maar één eenheid en niet de door hem bedoelde twee. De les is dus: verhoog na drie dagen problemen met twee eenheden. Dat staat niet voor niets in het signaleringsplan. En blijf daarnaast alert want op het ene signaal kan een ander volgen. In dit geval slaapgebrek en ergernis.

Al met al een leerzame maand. En toch ook een mooie want zoals ik eergisteren al schreef kon ik mijn boek over mijn bipolaire stoornis naar proeflezers sturen.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Mijlpaal voor mijn boek

Gisteren en vandaag heb ik het manuscript van mijn boek naar meer dan een handvol proeflezers gestuurd. Gelukkig voor hen heb ik het getypt, maar dat terzijde. Want ik ben natuurlijk degene die zich gelukkig mag prijzen: dat er al op voorhand zo veel belangstelling voor mijn boek is en dat ze mogelijke onduidelijkheden en onjuistheden vinden zodat ik ze kan corrigeren.

Het boek bevat zo veel mogelijk lessen die ik heb geleerd door twintig plus jaar ervaring met mijn bipolaire stoornis. Maar juist daarin schuilt ook een risico: sommige dingen zijn voor mij misschien zo vanzelfsprekend dat ik ze niet meer duidelijk uitleg. Niet meer zo duidelijk dat een ander er wat aan heeft en er zelf mee aan de slag kan.

Want in tegenstelling tot mijn blogs was het mij al vroeg in november duidelijk dat ik dit boek wel voor anderen schreef: voor lotgenoten, voor naasten en voor professionals die hen begeleiden. En dan moet het boek natuurlijk wel duidelijk zijn, praktisch en correct wat de behandeling betreft. Ik heb er namelijk voor gekozen om zo veel mogelijk kanttekeningen te plaatsen bij de behandeling zoals die voor mij gold. Die bleek min of meer overeen te komen met een reguliere.

Kanttekeningen en aanvullingen: wat werkte wel en wat ging er minder goed? Dat laatste heb ik minder nadrukkelijk benoemd maar door de dingen die ik wel heb benoemd, kun je ook afleiden wat er is misgegaan. Zonder in verwijten te vervallen, want daar schiet niemand wat mee op.

Waarom het draait om samenwerking

Het belangrijkste thema uit het boek is voor mij samenwerking. Daar ging voor mij het nodige mee mis en daarom heb ik het hele boek zo geschreven dat samenwerking tussen degene met een bipolaire stoornis, een naaste en de behandelaar zo vanzelfsprekend mogelijk wordt. Alleen is ook maar alleen. Niet alleen als je een bipolaire stoornis hebt, maar ook als naaste kun je je soms onbegrepen voelen. En dat kan grote gevolgen hebben.

Dit is wat ik hoop: dat niemand er met een bipolaire stoornis er nog alleen voor hoeft te staan en dat ook naasten een goed contact hebben met de behandelaar. Als iedereen weet wat te doen, hoeft hoop ik niemand machteloos toe te zien en kun je de diverse methodieken die er zijn, zoals een signaleringsplan of een life chart, zo inzetten dat ze beter werken. Over het signaleringsplan en de life chart volgen ongetwijfeld nog blogs. Voor nu: het signaleringsplan en de life chart kunnen prachtig samenwerken.

Samenwerken: dat geldt voor alles: van het behandelen van een bipolaire stoornis tot het schrijven van een boek over die bipolaire stoornis. Ik hoop dan ook dat het boek dankzij mijn proeflezers nog duidelijker wordt en ook hoop ook dat ik overga tot het besluit het te publiceren. Maar laat ik nergens op vooruitlopen.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe je een boek urgent maakt (met een ander boek)

Als je dit blog al wat langer leest, weet je dat ik een boek schrijf. Dat had ik lang niet verwacht omdat ik al jaren uit de communicatiebranche weg ben en mijn blog een hobby is. Schrijven deed ik dan wel voor de lol maar ik merkte steeds meer dat ik toch een boodschap had, de boodschap waarmee ik dit blog nu bijna 9 jaar geleden begon. Alleen ging het toen om andere beperkingen dan die waarover mijn boek gaat.

Mijn bipolaire stoornis was bij de start van dit blog geen issue terwijl die op het moment dat ik de eerste posts plaatste al druk bezig was mijn leven dat ik toen had te verwoesten. Ik was al volledig in de greep van een manie zonder dat ik het zelf door had. Ik voelde me alleen geweldig maar dat had te maken met mijn werk en was mijn eigen verdienste. Afijn, het ging mis.

Wat er misging ontdekte ik pas 8 jaar later door een appje

Dat schreef ik vorige week al en staat in mijn boek. Die ontdekking zorgde dat mijn manie weer volop mijn belangstelling had. Kon mijn vermoeden kloppen? Waarom was het er in de behandeling nooit uitgekomen? Lette ik niet op? Ik moest en zou het uitzoeken. Was hier echt iets misgegaan? Hoe was het überhaupt gegaan? Ik twijfelde nog en toen werd het eind oktober. Ik zag uitnodigingen voor NaNoWriMo in mijn twittertijdlijn. Ik speelde al eerder met het idee een boek te schrijven maar een manie gooide toen roet in het eten.

Nu nog een poging. Het schrijven ging voorspoedig en voelde heerlijk. Na een maand had ik geschreven wat ik wilde en besloot ik twee maanden te pauzeren. Wel noteerde ik in die maanden een aantal onderwerpen die ik had gemist. Die schreef ik begin februari. Daarna werd het lastiger. Ik herlas mijn manuscript wel een aantal keer en verbeterde hier en daar een woord of zin. Maar ik miste iets. Gelukkig hoefde ik niet te wanhopen want ik wist dat de redding nabij was.

Het boek had een Kitty nodig

Ik wist dat Kitty Kilians boek ‘Stijl – Waarom lezers lezen (en waarom niet)’ eraan kwam. Omdat ik Kitty al jaren volg en we af en toe contact hebben, had ik er vertrouwen in dat wat zij in haar boek te zeggen had niet alleen voor blogs zou gelden, maar ook voor boeken. En dat klopte. Kitty bewijst dat met het boek zelf. Haar tips maken teksten urgenter, of het nu blogs of boeken zijn. Hoe? Schrappen, structuren voor richting, zekerder van jezelf zijn en teksten schrijven die jouw boodschap helder en zonder twijfel overbrengen. Jouw lezers die wat je schrijft voor zich zien. Wie wil dat nu niet?

Ik heb nog veel te oefenen maar er is nu urgentie en die zorgt ervoor dat ik met nog meer energie aan mijn boek werk. Ik hoop het over een week of drie à vier te hebben afgerond waarna een aantal proeflezers aan de slag mogen. En de tussentijd kan ik mooi blijven oefenen met Kitty’s boek zodat ik de tegenwerpingen van de proeflezers van weerwoord kan voorzien.

Schrijf je een boek? Gun het ook een Kitty. Koop het via haar site.

Over lessen van elf jaar (waarom ergernissen en de bipolaire stoornis niet samengaan)

Vandaag is het precies elf jaar geleden dat ik afstudeerde. Ook op een donderdag. Met een scriptie over Arendsoog en Biggles. Maar die mag je verder vergeten. Het was niet mijn beste werk, ik wilde vooral die bul. Gelukkig is dat ook gelukt. Ik was nog net geen eeuwige student. Het was vooral mijn bipolaire stoornis die voor die vertraging zorgde.

Met mijn bul hoopte ik niet alleen mijn studie afgerond te hebben, ik ging er langzaam ook op vertrouwen dat mijn stoornis ook een afgesloten hoofdstuk was. En het leek er echt op. Ik vond een baan waar ik helemaal op mijn plek was, waar ik mijn pensioen wel kon halen, dacht ik. Het was een communicatiebureau van en voor mensen met een beperking. Een gedeeltelijke halfzijdige verlamming, slechthorend en een bipolaire stoornis. Ja, daar paste ik wel.

Ik genoot en groeide. Elke vezel in mijn lijf brandde iedere dag van verlangen om aan het werk te gaan. Ik (her)schreef teksten die me echt raakten en las boeken vol (h)erkenning. Ik schreef een column die samen met een ontmoeting op een bijeenkomst over werken en slechthorendheid de basis legde voor dit blog. En daarmee voor vele vriendschappen.

Veel om dankbaar voor te zijn dus.

Helaas sloeg na een vileine aanloop op dat moment – een week en een dag na de presentatie van een Krachtenbundel – mijn bipolaire stoornis hard toe. Ik wist het die ochtend op kantoor meteen, na een opmerking te veel van mijn kant en de reactie van mijn werkgever: dit is foute boel.

En foute boel was het. Eigenlijk zou ik niet eens gaan werken vanwege een pijnlijke enkel, maar zodra ik mijn voelde ik niks meer en dus ging ik werken. Een uurtje dus en daarna afgevoerd richting crisisopvang.

Gelukkig krabbelde ik weer op en had ik mijn blog en vertalingen. Nieuwe banen en een andere richting volgden.

Helaas bleef er één constante: mijn bipolaire stoornis.

Het ging zes jaar goed tot het zomer 2018 weer raak was, en voorjaar 2019 bijna net zo erg als in 2012. Kom ik er dan nooit van af?

Voorjaar 2020: een appje

Ik sta te trillen op mijn benen. Ik ben de kwaadheid voorbij zo kwaad, mijn stem slaat over.

Maar: hee, ik herken dit. Vorig jaar was dit ook zo. En in 2018? Ja. 2012? Check. 2007? Idem dito. 2003? Ja.

Daar, terwijl ik daar stond te trillen van dat appje, had ik mijn eureka-moment: het begint met een ergernis, die zet al die dingen in gang uit mijn signaleringsplan richting manie. Zou het herkennen van een ergernis een verdedigingslinie in de aanval kunnen zijn? Het scheelt een week of zes.

Tot nu toe werkt het. Als ik voel dat ik me erger, laat ik los. Het geeft rust en vertrouwen. Al die dingen die in mijn signaleringsplan staan, zitten kort voor de escalatie. Dit is dus zes weken eerder, ik ben nog veel meer bij mijn verstand. Dat mag je letterlijk nemen want een manie maakt van mijn verstand een onbetrouwbare partner. Op het moment dat ik de ergernis voel ben ik nog helder. Voor alle duidelijkheid: het is geen ergernis uit de categorie: verdorie, er is vanavond niets op tv. Het is het zwaardere werk, zeg maar.

En omdat ik nog helder ben, ben ik in staat om pas op de plaats te maken. Niet te reageren maar de ergernis van me af te laten glijden. Ik hoop met dit extra wapen de ellende met mijn bipolaire stoornis achter me te laten.

Want de stoornis regeerde soms

Natuurlijk vind ik het vervelend dat anderen last hebben gehad van mijn bipolaire stoornis. Maar het was de stoornis, niet ik. En de stoornis zorgde dat ik zo heftig reageerde op het appje, niet de persoon die het appje stuurde. De stoornis zorgt ervoor dat mijn reactie overtrokken kan zijn. Keer op keer kan ik dat aanwijzen.

Door alles wat ik zo leerde, kreeg ik eind oktober dus de behoefte een boek te schrijven. Loslaten, nog meer leren en misschien anderen helpen.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Dit moment is goed genoeg

Vanmiddag heb ik toch maar weer een keer Mastering the art of change van Leo Babauta erbij gepakt. Het was even nodig. Te veel twijfel: kan ik dit wel? Wil ik dit wel? Ben ik wel het goede voorbeeld? En als ik niet het goede voorbeeld ben: waarom ben ik dan niet het goede voorbeeld? En heeft dat consequenties? Of: moet dat consequenties hebben?

Dat soort vragen dus. Babauta noemt het in het in zijn boek ontevreden over jezelf zijn. Dat je een prachtig schema maakt maar dat je diep in je hart niet gelooft dat je het kunt. En daardoor ga je jezelf saboteren. Babauta noemt het voorbeeld van een cliënt die hij coachte. Ze was te zwaar en moest dus afvallen en meer bewegen. Dit lukte haar echter niet en dat werd volgens Babauta veroorzaakt doordat zij niet geloofde dat ze dit kon en daardoor werd ze ongelukkig over zichzelf en trad een soort selffulfilling prophecy in werking. Of te wel een vicieuze cirkel. Je voldoet niet aan het beeld dat je van jezelf hebt en van daaruit wordt het lastig.

Je wilt wel veranderen maar je gelooft niet dat je het kunt waardoor het ook niet lukt. Nieuwe gewoontes aanleren? Dat gaat dus niet lukken. Terwijl je slechte gewoontes erg hardnekkig blijken te zijn. En dat alles vanuit het gevoel niet goed genoeg te zijn. Is dat gevoel herkenbaar? Voor mij in ieder geval wel. Gelukkig verkeer ik in goed gezelschap want ook Babauta zelf had er last van. Zijn oplossing: denk alleen aan het huidige moment en voel je ‘OK’. Oké, denk ik dan. Dat is mij iets te zweverig.

Maar uiteraard heb ik er langer over nagedacht, anders had ik er geen blogpost aan besteed. Ik begin het namelijk langzaam te geloven. Misschien is het wel heel simpel: als je je op dit moment ‘OK’ voelt – of goed genoeg – dan is dit moment goed genoeg om je gewenste gedrag uit te voeren en hoef je het dus niet (tot sint-juttemis) uit te stellen.

Het moment waarderen = jezelf waarderen?

Het moeilijke is natuurlijk dat jezelf waarderen verdomd lastig kan zijn, je eigen falen maakt geloven in jezelf lastiger. Misschien is het moment waarderen en je realiseren dat je goed genoeg bent op dat moment makkelijker. Ik ga het in ieder geval een tijdje proberen, samen met wat afvinklijstjes. Want waarom zou ik mezelf tegenhouden?

~~~

Afbeelding van sulox32 via Pixabay

Wat jammer dat het zo snel went

Botuline

Na de hele week na mijn werk veertig minuten te hebben gewandeld, was het vandaag weer tijd voor een langere wandeling. Twaalf kilometer. Het weer was prachtig en de wandeling zelf ook. Alleen voelde ik toch een lichte teleurstelling. Het spectaculaire van vorige week was er af. Het voelde als normaal aan. Ja, het liep heerlijk maar ik was er al aan gewend. Het voelde niet meer als bijzonder en dat was natuurlijk wel een klein beetje jammer.

Toch ben ik uiteraard nog steeds heel blij met de botox. Ik loep soepeler, gemakkelijker, sneller als het nodig is. Ik kan nu in ieder geval makkelijker het tempo van andere mensen volgen, soms loop ik zelfs harder dan anderen en dat is een vreemde gewaarwording. Nu ben ik soms degene die zich in moet houden. Of er iemand een heel stuk voor me loopt, wordt de afstand met die ander niet groter.

En dat heb ik dan allemaal te danken aan een injectie met botox in een spier in mijn rechterbovenbeen. Daardoor zou ik mijn knie beter kunnen buigen en dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Ik kende natuurlijk het voordeel van botox in mijn arm maar zelfs vanuit die kennis had ik er nooit bij stil gestaan dat ik zo veel winst kon behalen door het ook in mijn been te gaan gebruiken. Achteraf vind ik dat natuurlijk merkwaardig. Misschien had ik het eerder moeten doen maar laat ik vooral blij zijn dat ik het nu gebruik en er nu van profiteer.

De revalidatiearts zei dat sommige mensen het niet merkten, anderen wel en weer anderen merkten het juist pas als het uitgewerkt was. Ik merk het dus duidelijk wel en vraag me af hoe snel ik het zou merken als het weer uitgewerkt is. Waarschijnlijk snel, want dan sleep ik meer met mijn been en struikel ik veel vaker bijna. Stiekem hoop ik dat ik dat moment voor kan blijven door op tijd een nieuwe afspraak te plannen.

Over een week of vijf heb ik weer een afspraak met mijn revalidatiearts om te kijken hoe het gaat. Ik verwacht dat we dan ook meteen een nieuwe afspraak plannen voor de botox want de revalidatieartsen zullen neem ik aan wel weten hoe lang zo’n injectie doorgaans werkt. Mij is jaren geleden ooit verteld dat de botuline na injectie zo ongeveer drie à vier maanden effect blijft houden. En de praktijk van mijn arm leert dat die mogelijk wel een half jaar ontspannen kan blijven. Het was door de botox strategisch laat in de herfst te halen zelfs mogelijk om een er een jaar plezier van te hebben.

Het blijft bijzonder, die botox.

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay